Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Subsidieverordening Economische Ontwikkeling en Innovatiefonds

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Subsidieverordening Economische Ontwikkeling en Innovatiefonds Noordwijk
Citeertitel Subsidieverordening Economische Ontwikkeling en Innovatiefonds Noordwijk
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2017
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 25-08-2016
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Gemeenteblad
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2017 nieuwe regeling 25-08-2016
Gemeenteblad
Onbekend.

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 25 augustus 2016

De raad van de gemeente Noordwijk;

Gelezen het voorstel van het college van 7 juni 2016;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de navolgende:

Subsidieverordening Economische Ontwikkeling- en Innovatiefonds Noordwijk

 

Hoofdstuk 1.       Algemene bepalingen

 

Artikel 1     Begripsomschrijvingen

  1. a.Subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het gemeentebestuur met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;

  2. b.College:  college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Noordwijk;

  3. c.Raad:  gemeenteraad van de gemeente Noordwijk;

  4. d.Beleid: door college en/of raad vastgestelde en bekendgemaakte doelstellingen en kaders en middelen om deze doelstellingen te bereiken;

  5. e.Collectief belang: het belang dat het particuliere belang van een onderneming of instelling of van een groep ondernemingen of instellingen, behalve indien het een sector betreft, overstijgt;

  6. f.Sectoraal belang: het belang van een groep bedrijven of instellingen die in het algemeen als sector in de economie wordt onderscheiden;

  7. g.Ontwikkelpartnerschap: een samenwerkingsverband dat de begunstigde ten behoeve van de voorbereiding en subsidiëring van het in aanmerking te brengen project is aangegaan met medebelanghebbenden bij het project;

  8. h.Businesscase: een document waarin is omschreven hoe de aanvrager verwacht geld te gaan verdienen met het te ontwikkelen, het ontwikkelde of het te vermarkten product, proces of de dienst;

  9. i.Financieringsplan: een overzicht van de wijze waarop de aanvrager voorziet in de benodigde financiën voor de realisatie van de businesscase

  10. j.Duurzaamheid: de mate waarin de businesscase bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken.

  11. k.MKB: Midden- en kleinbedrijf: een bedrijf, niet zijnde een vereniging of stichting, waarbinnen minder dan 250 personen werkzaam zijn.

  12. l.Subsidiebeschikking: een schriftelijk besluit tot subsidieverlening waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte en eventuele subsidievoorwaarden worden meegedeeld;

  13. m.Subsidievaststelling: de beschikking tot subsidievaststelling waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag;

 

Artikel 2.     Reikwijdte van de verordening

Deze verordening is van toepassing op de subsidieverlening door de gemeente ten behoeve van ondersteuning van projecten die een bijdrage leveren aan de verbetering van het ondernemersklimaat in de gemeente Noordwijk, in het bijzonder bij de thema’s: duurzaamheid, innovatie en ontwikkeling en verbetering van het economisch perspectief.

 

Artikel 3     Algemene eisen

  1. 1.De gemeente Noordwijk kan op basis van deze verordening aan samenwerkingsvormen van ondernemers, als bedoeld in artikel 5, subsidie verlenen:

    1. a.ten behoeve van haalbaarheidsstudies en planvorming;

    2. b.ten behoeve van kennisontwikkeling- en overdracht;

    3. c.ten behoeve van de ontwikkeling en uitbreiding van netwerken;

    4. d.ten behoeve van investeringsprojecten.

  2. 2.Subsidiëring van activiteiten vindt niet plaats, indien de aanvrager zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden.

  3. 3.Subsidie wordt slechts toegekend voor zover de aanvrager de activiteiten niet uit eigen financiële middelen kan bekostigen.

 

Artikel 4     Bevoegdheden

  1. 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van het door de raad vastgestelde subsidieplafond(s) of de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  2. 2.Het college is bevoegd om modellen vast te stellen voor de over te leggen bescheiden en het gebruik hiervan verplicht stellen.

  3. 3.Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

  4. 4.Het bevoegde orgaan om te beslissen op subsidieaanvragen is:

    1. a.de Raad indien het subsidiebedrag € 100.000 of meer bedraagt;

    2. b.het College indien het subsidiebedrag minder dan € 100.000 bedraagt.

 

Artikel 5     Advisering

Voordat door of namens het college op een aanvraag om subsidie wordt beslist wordt het advies gevraagd van een adviescommissie, de ‘Adviescommissie Ondernemersfonds Noordwijk’.

 

Artikel 6     Aanvrager

  1. 1.Voor subsidie komen de volgende samenwerkingsvormen in aanmerking:

    1. a.verenigingen naar burgerlijk recht;

    2. b.stichtingen;

    3. c.ontwikkelpartnerschappen;

  2. 2.Indien een ontwikkelpartnerschap aanvrager is, treedt een van de deelnemende partners in het ontwikkelpartnerschap op als subsidieaanvrager.

  3. 3.Aanvragers dienen in de gemeente Noordwijk gevestigd te zijn.

 

Artikel 7     Algemene voorwaarden voor subsidiëring

  1. 1.Projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd dienen te passen binnen het economisch beleid van de gemeente Noordwijk, en dienen een collectief of sectoraal belang.

  2. 2.Een aanvraag om subsidie komt slechts voor honorering in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. a.de aanvraag heeft betrekking op één project;

    2. b.de aanvrager maakt de financieringsbehoefte aannemelijk;

    3. c.de financiering heeft geen betrekking op sanering van schulden, dan wel op- en afbouw van bedrijfsactiviteiten;

    4. d.in de gevraagde financiering kan niet op andere wijze worden voorzien;

    5. e.de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, vereffening, surseance van betaling of akkoord en deze zijn niet aangevraagd of aanhangig;

    6. f.er is nog niet begonnen met de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd;

    7. g.de resultaten van het project zijn meetbaar, en

    8. h.het project heeft een looptijd van maximaal drie jaar.

  3. 3.Kosten van voorbereiding van een project komen niet voor subsidie in aanmerking.

  4. 4.Er wordt bij de honorering van de projecten rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van activiteiten over de gemeente.

 

Artikel 8     Uitsluiting van subsidiering

Uitgesloten van subsidie krachtens deze verordening zijn:

  1. a.activiteiten die worden verricht in het belang van een politieke partij, een vakorganisatie of een kerkgenootschap;

  2. b.de doelstellingen of de activiteiten die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de gezondheid of de veiligheid van de inwoners of de openbare orde;

  3. c.activiteiten waarbij de subsidieverstrekking niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid;

  4. d.activiteiten welke niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;

  5. e.de instelling op welke wijze dan ook discrimineert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook.

 

Artikel 9     Inhoudelijke beoordelingscriteria voor subsidiëring

  1. 1.Bij subsidieverstrekking wordt voorrang gegeven aan projecten die nieuwe-, innovatieve- en ontwikkelingsactiviteiten betreffen met een te verwachten blijvend effect en die:

    1. a.ICT- en / of hier aan gerelateerde infrastructuur – betreffen;

    2. b.aanvullende voorzieningen op bedrijventerreinen realiseren;

    3. c.activiteiten op het gebied van marketing, promotie;

    4. d.activiteiten op het gebied van duurzaamheid;

    5. e.activiteiten de voorzien in de oprichting van een servicedesk voor het MKB;

    6. f.activiteiten die ondernemers faciliteren in het geval van administratieve- en aanbestedingstrajecten, dan wel

    7. g.activiteiten die criminaliteitspreventie bevorderen.

  2. 2.Bij subsidieverstrekking wordt voorrang gegeven aan projecten waarin wordt samengewerkt tussen verschillende aanvragers

 

Artikel 10     Subsidieplafond

  1. 1.Het te verstrekken subsidiebedrag bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is beperkt tot het maximum bedrag dat is vastgesteld in de beschikking tot subsidieverlening.

  2. 2.Per 1 januari 2017 bedraagt het subsidieplafond € 100.000 per jaar, voor de duur van 3 jaren.

 

Hoofdstuk 2.     Aanvraag van de subsidie

 

Artikel 11      Aanvraag en te overleggen gegevens

  1. 1.De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  2. 2.Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    1. a.een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;

    2. b.de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen en beleidsterreinen;

    3. c.een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    4. d.de balans op het moment van de aanvraag.

  3. 3.Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte (of de statuten) en de laatst opgemaakte jaarrekening als bijlagen toe.

  4. 4.Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de wet kan het college besluiten dat geen aanvullende gegevens overlegd behoeven te worden. Het college kan nadere voorschriften geven voor de inrichting van de activiteitenplannen en begrotingen dan wel verlangen dat gebruik wordt gemaakt van daarvoor door de gemeente beschikbaar te stellen formulieren.

  5. 5.Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten deze buiten behandeling te laten. Dit geldt tevens ten aanzien van aanvragen, die weliswaar tijdig maar onvolledig zijn ingediend. Het college kan een termijn stellen waarin de instelling het verzuim kan herstellen. Indien daaraan binnen de gestelde termijn niet is voldaan, kan het college eveneens besluiten het verzoek niet in behandeling te nemen.

 

Artikel 12     Aanvraagtermijn

  1. 1.Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  2. 2.Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt gedaan uiterlijk voor:

    1. a.vóór 1 oktober voor activiteiten die starten in de periode van 1 januari tot 1 juli van het volgende jaar;

    2. b.vóór 1 april van het lopende jaar ingediend voor projecten die starten van 1 juli tot 1 januari.

  3. 3.Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

 

Artikel 13     Beslistermijn

  1. 1.Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

  2. 2.Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

 

 

Hoofdstuk 4.     Verlening van de subsidie

 

Artikel 14     Verlening subsidie

  1. 1.Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

  2. 2.Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

 

Artikel 15     Betaling en bevoorschotting

  1. 1.Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

  2. 2.Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.

  3. 3.Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

  4. 4.Indien de activiteiten niet worden uitgevoerd, of de subsidiemiddelen niet conform de projectaanvraag zijn besteed, zullen de al uitbetaalde voorschotten aan de verstrekker moeten worden terugbetaald.

 

Hoofdstuk 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger

 

Artikel 16     Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

 

Artikel 17     Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

 

Artikel 18     Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  1. 1.De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  2. 2.De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    1. a.besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    2. b.relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    3. c.ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    4. d.wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  3. 3.De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

 

 

Hoofdstuk 6. Verantwoording en vaststelling van de subsidie

 

Artikel 19     Verantwoording subsidies tot 5.000 euro

  1. 1.Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:

    1. a.direct vastgesteld of;

    2. b.ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, na het verricht zijn van de activiteiten.

  2. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

 

Artikel 20     Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro

  1. 1.Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

  2. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en een financieel verslag.

  3. 3.Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 21     Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro

  1. 1.Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    1. a.bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    2. b.bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

  2. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat:

    1. a.een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    2. b.een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    3. c.een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    4. d.een accountantsverklaring.

  3. 3.Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

 

Artikel 22     Vaststelling subsidie

  1. 1.Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  2. 2.Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  3. 3.Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  4. 4.Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

  5. 5.Meerjarige subsidies worden jaarlijks vastgesteld, verzoeken hiervoor worden vóór 1 april door de subsidieontvanger ingediend.

 

 

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

 

Artikel 23. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 8 en 10 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

 

Artikel 24. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

 

Artikel 25. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Economische Ontwikkeling- en Innovatiefonds Noordwijk.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 augustus 2016

 

R. van Belzen                                   J. Rijpstra

Griffier                                                                        Voorzitter