Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Verordening Naamgeving en Nummering adressen

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Verordening Naamgeving en Nummering adressen
Citeertitel Verordening Naamgeving en Nummering adressen
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Volkshuisvesting en woningbouw
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-04-2009
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 28-01-2009
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Zeekant, 18-02-2009
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-04-2009 nieuwe regeling 28-01-2009
De Zeekant, 18-02-2009
Onbekend.

 

 

Verordening Naamgeving en Nummering adressen  

 

De raad van de gemeente Noordwijk; 

gelezen het voorstel van het college van  

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; 

overwegende dat de Verordening Straatnaamgeving en Huisnummering van  

23 april 1996 dient te worden herzien; 

besluit vast te stellen de volgende: 

 

Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen (adressen) 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 

In deze verordening wordt verstaan onder: 

  1. College: het college van burgemeester en wethouders.  

  2. Woonplaats: een door de gemeenteraad als zodanig aangewezen gedeelte van het gemeentelijk grondgebied. 

  3. Basisregistratie:  verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze een basisregistratie vormt.

  4. Openbare ruimte: een door de gemeenteraad als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. 

  5. Bouwwerk:  elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.

  6. Pand: de kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 

  7. Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en bouwwerken  (industriecomplex, complex met vakantiehuisjes, kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex, etc.).

  8. Ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. 

  9. Standplaats: een formeel door de gemeente aangewezen terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige- of  recreatieve doeleinden geschikte ruimte.

  10. Nummeraanduiding: een door het college als zodanig toegekende aanduiding van een adresseerbaar object, een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats, en wat is opgebouwd uit een huisnummer en eventueel een huisletter en eventuele huisnummertoevoegingen. 

  11. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van rechtshandelingen. 

  12. Zakelijk gerechtigde: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak, alsmede de beheerder. 

  13. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en administratieve aard. 

  14. BAG: de wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen. 

 

Artikel 2  Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte

  1. De gemeenteraad stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste een woonplaatsnaam vast en kan een woonplaats in wijken of buurten verdelen, zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen.  

  2. Het college kan voor het totale grondgebied van de gemeente namen toekennen aan te onderscheiden delen van de openbare buitenruimte en zonodig aan bouwwerken. 

  3. Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning. 

 

Artikel 3  Nummering van adresseerbare objecten

  1. Het college kent aan een adresseerbaar object een nummeraanduiding toe. 

  2. Aan een adresseerbaar object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer door de zakelijk gerechtigde op een doeltreffende wijze zijn aangebracht. 

  3. Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning. 

 

Artikel 4  Naamborden aanbrengen

  1. De door het college aan de openbare buitenruimte toegekende namen worden zichtbaar en in voldoen¬de aantallen ter plaatse aangebracht. 

  2. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van openbare buitenruimten en verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de zakelijk gerechtigde verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 

  3. De zakelijk gerechtigde dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven. 

  4. Het is eenieder verboden borden met naamaanduiding aan te brengen. 

 

Artikel 5  Nummerborden aanbrengen  

  1. De zakelijk gerechtigde brengt de nummeraanduiding van het adresseerbaar object, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college aan, overeenkomstig de NEN-normen. 

  2. Indien een adresseerbaar object nog niet is voltooid, wordt het nummerbord binnen vier weken na voltooiing aangebracht. 

  3. Het college kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijn verlengen. 

  4. Het is eenieder verboden zelfstandig borden met nummeraanduiding aan te brengen. 

 

Artikel 6  Uitvoeringsvoorschriften

Het college is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.  

 

Artikel 7  Strafbepaling

  1. Overtreding van artikel 4, tweede lid, of het niet voldoen aan de bepalingen in artikel 4 en 5, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 

  2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling is belast de afdeling Vergunning en Handhaving van de Gemeente Noordwijk. 

 

Artikel 8  Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van bekendmaking. 

 

Artikel 9  Vervallen oude regels

Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten: de “Verordening Straatnaamgeving en Huisnummering? van 23 april 1996. 

 

Artikel 10  Overgangsbepalingen

  1. Namen en nummeraanduidingen die op grond van de in artikel 9 genoemde regels en voorschriften aan delen van de openbare ruimte en adresseerbare objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan. 

  2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 

  3. Bij het wijzigen van een naam- of nummeraanduiding, als bedoeld in het tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als de oude en de nieuwe nummeraanduiding gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 7, eerste lid. 

 

Artikel 11  Bezwaar en beroep

  1. Overeenkomstig de Algemene Wet Bestuursrecht is het mogelijk bezwaar te                   maken tegen besluiten van het college met betrekking tot naamgeving en naamswijziging.

  2. Overeenkomstig de Algemene Wet Bestuursrecht is het mogelijk bezwaar te maken tegen besluiten met betrekking tot nummeraanduiding of wijziging daarvan. 

 

 

Artikel 12  Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening Naamgeving en Nummering adressen’ 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van                                           .

 

De griffier,        De voorzitter,

 

 

B. Artikelsgewijze toelichting 

 

Artikel 1 

In artikel 1 is een nummeraanduiding gedefinieerd als een cijferreeks die bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfercombinatie. Het is niet toegestaan in het nummer Romeinse cijfers op te nemen. Streepjes in de nummeraanduiding zijn niet langer toegestaan. Een huisletter wordt in de vorm van een hoofdletter genoteerd. Indien in de beschikking naast Arabische cijfers een letter- of cijfercombinatie staat vormen deze tezamen de nummeraanduiding. 

 

Artikel 2 

Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het vaststellen van de gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over. Artikel 158 van de Gemeentewet bepaalt – ook na de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 – dat de raad de gemeentenaam kan wijzigen.  

Het college kan de woonplaatsnaam vaststellen voor de gemeente of delen van de gemeente. Voor Noordwijk geldt dat er slechts sprake is van één woonplaatsnaam.  

In het kader van de Wet BAG dient een formeel woonplaatsbesluit te worden genomen. 

 

Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam voor dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan woonplaatsen wijkt niet af van het proces van naamgeving van de openbare ruimte. Het is ook wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen van woonplaatsen komt relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat de naam met zorg moet worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang mee. 

 

Het benoemen van delen van de openbare ruimte is geregeld. De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de openbare ruimte is een bevoegdheid van het college. Dit benoemt delen van de openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig en relevant is, maar de meeste gemeenten streven ernaar om de totale openbare ruimte van namen te voorzien, inclusief de contour of het gebied waarop deze naam betrekking heeft. 

De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Zo’n aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzonde¬re bepalingen over besluiten). 

Het college laat zich adviseren door de Werkgroep Straatnamen. 

 

Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals vervat in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt bedoeld. Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en verdelen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen. 

 

In geval van wijziging van een nummeraanduiding kan aan de zakelijk gerechtigde een financiële vergoeding worden toegekend van maximaal € 150,-. 

 

Artikel 3 

Dit artikel regelt het toekennen van nummeraanduidingen aan een adresseerbaar object door het college. Hier is niet voor de term ‘huisnummer’ gekozen omdat bij een afgebakend terrein of ligplaatsen en standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een huis. 

 

De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). 

 

In het tweede lid is vastgelegd dat een adresseerbaar object een door het college toegekende nummeraanduiding ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan objecten. Met het oog op de dienst¬verlening is het immers noodzakelijk dat de nummeraanduidingen die door het college zijn toegekend ook ter plaatse terug zijn te vinden.  

 

Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid, tevens  wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen.

 

Artikel 4 

Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college zullen worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente.  

Het vierde lid verbiedt eenieder zelfstandig namen en nummers toe te kennen en deze namen en nummers aan te brengen.  

Overtreding van het vierde lid wordt strafbaar gesteld. 

 

In verband met de dienstverlening dienen naamborden door of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven. 

 

Artikel 5 

Het aanbrengen van nummerborden is per gemeente verschillend geregeld. Sommige gemeenten brengen de borden zelf aan. Het aanbrengen wordt in bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de eigenaar worden overgelaten om de nummerborden, conform de nadere gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.  

 

In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de zakelijk gerechtigde het nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste kan bijvoor¬beeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht.  

 

In het eerste lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid, is in het derde lid een andere termijn gesteld. Het vierde lid geeft het college  de mogelijkheid de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen te verlengen.

 

Artikel 6 

Dit artikel geeft het college de mogelijkheid nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan andere technische zaken, zoals de methode van nummering en maatvoering van de borden. Ook kunnen de uitvoeringsvoorschriften een bepaling omvatten dat naast een zelfvervaardigde nummerdrager – van geschilderde dakpannen tot ceramische tegels en van zuiltjes tot deurschilderingen – het voorgeschreven nummerbordje altijd aanwezig moet zijn op de bij verordening voorgeschreven plaats.    

Naast meer technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende redenen ook worden gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve aard. In de eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in het maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer, postbezorging etc.) kan niet zonder een goedsluitende registratie van namen en nummers (adres). In de tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties geordend naar volgorde van naam en nummer (adres). In de derde plaats is een systematische en eenduidige verstrekking van naam- en nummergegevens aan instanties noodzakelijk. Zo bestaan er verplichtingen tot levering van adresgegevens aan afnemers en derden in de zin van de Wet BAG en aan bijvoorbeeld waterschappen en de Rijksbelastingdienst voor hun belastingheffing. In de vierde plaats is een goede registratie van adressen noodzakelijk om gemeentelijke bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te stemmen. Ten slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de uitkering uit het gemeentefonds. Redenen genoeg om ook administratieve uitvoeringsvoorschriften te formuleren. 

 

Artikel 7 

Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden. In het tweede lid kunnen bijvoorbeeld medewerkers van de afdeling Vergunning en Handhaving worden aangewezen om op naleving van de verordening toe te zien. 

 

Artikel 8 

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Tot 1 januari 2002 traden alle verordeningen in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor was aangewezen (artikel 142 van de Gemeentewet). Hierin is verandering gekomen door de inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet (Trw) op 1 januari 2002. Deze wet maakt referenda mogelijk over onder andere de vaststelling, wijziging of intrekking van verordeningen. Wel zijn enkele verordeningen uitgezonderd, maar die zijn hier niet van belang. De vaststelling, wijziging of intrekking van bijvoorbeeld een APV of de verordening inzake naamgeving en nummering is een besluit waarover een referendum kan worden gehouden. Verordeningen waarvoor op grond van de Trw een referendum kan worden gehouden treden, in afwijking van artikel 142 van de Gemeentewet, niet eerder in werking dan zes weken na bekendmaking van de verordening  (artikel 22 Trw). De termijn van zes weken hangt ermee samen dat, na bekendmaking van de verordening en na de mededeling dat over deze verordening een referendum kan worden gehouden, een verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend. Wel kan worden gekozen voor een later tijdstip van inwerkingtreding.    

 

Artikel 9 

Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en voorschriften. Deze regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd. Er kan niet worden volstaan met de zinsnede ‘met de inwerkingtreding van deze verordening komen alle eerdere regels en voorschriften te vervallen’. Het artikel spreekt verder voor zich.  

 

Artikel 10 

Het principe van het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben vele voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle namen en nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. Lid 3 is een nadere uitwerking van lid 2. 

 

Artikel 11 

De term ‘huisnummer’ is  in principe geen juiste term voor het nummeren van bijvoorbeeld afgebakende terreinen of stand¬plaatsen en ligplaatsen en de term ‘straatnaamgeving’ is geen goede term voor het benoemen van openbaar (sier)water en bouwwerken. Vandaar dat de titel van de verordening is veranderd in ‘Naamgeving en Nummering adressen’.  

 

 

Bijlage bij de verordening Naamgeving en Nummering (adressen) 

 

Bijlage A.  

Technische uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid 

Het college van Noordwijk, gelet op artikel 3 en artikel 7, eerste lid, van de Verordening naamgeving en nummering, besluit vast te stellen de volgende:  

 

Technische uitvoeringsvoor¬schriften voor de nummering  

 

Artikel 1  Wijze van toekenning van nummers

  1. De wijze van toekenning van de nummers gebeurt overeenkomstig systeem A uit de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983.  

  2. De voor de onderscheiden wijken en buurten geldende systemen zijn aangegeven op de bij deze technische uitvoeringsvoorschriften behorende kaart (facultatief).  

 

Artikel 2  Plaatsing van de nummerdragers

Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983.  

 

Artikel 3  Afmetingen en vormgeving nummerdragers

  1. Nummerdragers moeten voldoen aan het gestelde betreffende afmetingen en vormgeving in de Nederland¬se norm NEN 1774, uitgave 1959.  

  2. Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid, hebben de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste gelijkwaardig is aan wat wordt beoogd met het eerste lid.  

 

Artikel 4  Materiaalkeuze voor de nummerdragers

Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te verlichten nummerdragers, is in overeenstemming met het over de uitvoering van de dragers  gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.

 

Artikel 5  Voeren oude en nieuwe nummers

Bij het gedurende een jaar naast elkaar gebruiken van de oude naam of het oude nummer naast de nieuwe naam of het nieuwe nummer wordt de oude naam met een streep en het oude nummer met een kruis doorgehaald. 

 

Artikel 6  Naamdragers

De naamdragers moeten voldoen aan de gestelde functionele eisen ten aanzien van de afmetingen, de uitvoering, de constructie, de kleursoorten en de lichttechnische eigenschappen van de toegepaste materialen en de plaatsing van naamborden en naamverwijsborden, zoals vervat in de Nederlandse norm NEN 1772, uitgave 1992.  

 

Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van  

 

 

De secretaris,                         De burgemeester,

 

 

Toelichting bijlage A: technische uitvoeringsvoorschriften  

 

Artikel 1 

Lid 1. Ook voor nieuwe wijken of buurten verdient het aanbeveling om een systeem van nummering te kiezen dat zo veel mogelijk aansluit bij het systeem dat van oudsher in de gemeente gangbaar is. In de Nederlandse norm 1773 (uitgave: Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, herziene uitgave, 1983), hoofdstuk 3, zijn de in gemeente gangbare systemen van nummering nader gedefinieerd: 

 

  • Systeem A: de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de nummers oplopen, gerekend vanuit het centrum van de gemeente (of vanaf het (oude) gemeentehuis). 

  • Systeem B: de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de nummers oplopen, gerekend van noord naar zuid en van west naar oost. 

  • Systeem C: de nummering vindt in dit systeem plaats gerekend vanaf hoofdwegen naar het einde van (doodlopende) zijwegen of woonerven.  

 

Voor elk systeem bevat de norm detailregels voor situaties waarin de hoofdregels niet onverkort toepasbaar zijn, alsmede nadere regels over etagewoningen en dergelijke. Tevens zijn toelichtende tekeningen opgenomen.  

 

Lid 2. De in het onderhavige lid bedoelde plattegrond van de gemeente is slechts vereist indien in de gemeente meer dan één nummersysteem gangbaar is. In dat geval moet immers de aanwijzing van een van de omschreven systemen ten behoeve van een bepaalde wijk of buurt plaatsvinden. Tevens moeten dan de grenzen tussen die wijken of buurten worden gedefinieerd.  

 

Artikel 2 

Met het oog op de zichtbaarheid vanaf de openbare weg bevat de Nederlandse norm NEN 1773, hoofdstuk 4, maatvoorschriften voor de plaats van de nummerdragers, gerekend vanaf het maaiveld en de bijbehorende voordeur. Tevens worden regels gegeven voor de verzamel- en verwijsbordjes die nodig zijn bij de ligging van meer dan één woning (of bedrijf) in hetzelfde gebouw, respectievelijk bij de ligging binnen een complex of op grote afstand van de weg.  

 

Lid 1. In de Nederlandse norm NEN 1774 zijn tekeningen voor nummerdragers opgenomen met volledige maatvoering. Uitgegaan is van een hoogte van de cijfers van 88 millimeter. De breedte van de nummerdragers varieert, afhankelijk van het aantal cijfers waaruit een bepaald nummer bestaat. Het opgenomen cijferontwerp is van een schreefloos, op grote afstand leesbaar type.  

 

Lid 2. Bij de beoordeling van een gelijkwaardige leesbaarheid verdient het in elk geval aanbeveling om geen cijfers van een geringere hoogte dan circa 9 cm te accepteren.  

 

Artikel 3 

De overigens globaal omschreven uitvoeringseisen in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959, zijn gericht op de keuze van materialen die duurzaam bestand zijn tegen weersinvloeden. Te verlichten nummerdragers bestaan in de regel uit zogenaamde transparanten, waarachter bij duisternis een lampje brandt.  

 

Artikel 4 

Dit artikel regelt de afmeting en vorm van nummerdragers. De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.  

 

Artikel 5 

Met het met een streep doorhalen van de oude naam en met een kruis doorhalen van het oude nummer wordt voor eenieder die zoekt op de oude naam of het oude nummer duidelijk dat er een wijziging in de naam of nummer is opgetreden  

 

Artikel 6  

Dit artikel regelt de functionele eisen voor naamborden en naamverwijsborden. 

 

 

 

Ondertekende versie 28012009

Ondertekende versie 28012009 (PDF)
Omschrijving:

Publicatie De Zeekant 18022009

Publicatie De Zeekant 18022009 (PDF)
Omschrijving: