Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Verordening Wet Kinderopvang

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Verordening Wet Kinderopvang Noordwijk 2008
Citeertitel Verordening Wet Kinderopvang Noordwijk 2008
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Maatschappelijk zorg en welzijn
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2008
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 18-12-2007
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Zeekant, 22-12-2007
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet Kinderopvang, art. 23
  2. Wet Kinderopvang, art. 22
  3. Wet Kinderopvang, art. 25
  4. AWB

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2008 nieuwe regeling 18-12-2007
De Zeekant, 22-12-2007
Onbekend.

Inhoudsopgave

Verordening Wet Kinderopvang  Noordwijk 2008

 

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 18 december 2007 (De zeekant van 22 december 2007) 

 

De raad der gemeente Noordwijk; 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 november 2007, nr. ; 

 

Besluit: 

 

vast te stellen de navolgende VERORDENING WET KINDEROPVANG NOORDWIJK 2008

 

K. van der Pas, 

H.H.M. Groen 

griffier 

voorzitter 

 

INHOUDSOPGAVE 

PARAGRAAF 1 

Algemene bepalingen 

Artikel 1 

Begripsbepalingen 

PARAGRAAF 2 

Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie 

Artikel 2 

Te verstrekken gegevens 

Artikel 3 

Beslistermijn 

Artikel 4 

Inhoud van de beschikking 

Artikel 5 

Weigeringsgronden 

PARAGRAAF 3 

Aanvraag van de tegemoetkoming 

Artikel 6 

Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 

PARAGRAAF 4 

Verlening van de tegemoetkoming 

Artikel 7 

Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming 

Artikel 8 

Weigeringsgrond 

Artikel 9 

Ingangsdatum van de tegemoetkoming 

Artikel 10 

De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 

Artikel 11 

Omvang van de kinderopvang 

Artikel 12 

Inhoud van de beschikking 

Artikel 13 

Bevoorschotting van de tegemoetkoming 

PARAGRAAF 5 

Vaststelling van de tegemoetkoming 

Artikel 14 

Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 

Artikel 15 

Verrekening met de voorschotten 

PARAGRAAF 6 

Verplichtingen van de ouder 

Artikel 16 

Inlichtingenplicht 

PARAGRAAF 7 

Slotbepalingen 

Artikel 17 

Inwerkingtreding 

Artikel 18 

Citeertitel 

Toelichting 

 

 

PARAGRAAF 1 Algemene bepalingen 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: 

  1. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst gemeente Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout, Teylingen en Noordwijk; 

  2. de wet: de Wet kinderopvang. 

 

PARAGRAAF 2 Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie 

Artikel 2 Te verstrekken gegevens

  1. Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: 

    1. naam en adres van de ouder; 

    2. indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; 

    3. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; 

    4. overige gegevens die het dagelijks bestuur nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 

  2. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het dagelijks bestuur vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 

  3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. 

  4. Om de noodzaak vast te kunnen stellen vraagt het dagelijks bestuur de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Dienst Zuid-Holland Noord om een sociaal-medisch advies.  

Artikel 3 Beslistermijn

  1. Het dagelijks bestuur besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 

  2. Het dagelijks bestuur kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het dagelijks bestuur stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. 

Artikel 4 Inhoud van de beschikking

Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: 

  1. de geldigheidsduur van de indicatie; 

  2. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. 

Artikel 5 Weigeringsgronden

Het dagelijks bestuur weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: 

  1. de ouder of de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen of 

  2. de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet. 

 

PARAGRAAF 3 Aanvraag van de tegemoetkoming 

Artikel 6 Te verstrekken gegevens bij de aanvraag

  1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: 

    1. naam, adres en sofi-nummer van de ouder; 

    2. indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; 

    3. naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; 

    4. een offerte of contract van het bij de gemeente geregistreerde kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; 

    5. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; 

    6. overige gegevens die het dagelijks bestuur nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 

  2. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het dagelijks bestuur beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 

  3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. 

  4. De eerste aanvraag kan gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend. 

  5. Vervolgaanvragen dienen tijdig, doch uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaande aan het nieuwe kalenderjaar, ingediend te worden. 

 

PARAGRAAF 4 Verlening van de tegemoetkoming 

Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming

  1. Het dagelijks bestuur besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 

  2. Het dagelijks bestuur kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. 

Artikel 8 Weigeringsgrond

Het dagelijks bestuur weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. 

Artikel 9 Ingangsdatum van de tegemoetkoming

  1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het dagelijks bestuur in ontvangst is genomen. 

  2. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. 

Artikel 10 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend

  1. De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar. 

  2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. 

Artikel 11 Omvang van de kinderopvang

  1. Het dagelijks bestuur verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. 

  2. In afwijking van het eerste lid verleent het dagelijks bestuur bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. 

Artikel 12 Inhoud van de beschikking

Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: 

  1. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; 

  2. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; 

  3. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; 

  4. de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; 

  5. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; 

  6. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; 

  7. de verplichtingen van de ouder. 

Artikel 13 De bevoorschotting van de tegemoetkoming

  1. De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. 

  2. Het dagelijks bestuur kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. 

 

PARAGRAAF 5 Vaststelling van de tegemoetkoming 

Artikel 14 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming

  1. De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het dagelijks bestuur een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. 

  2. Het dagelijks bestuur stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. 

Artikel 15 Verrekening met de voorschotten

De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. 

 

PARAGRAAF 6 Verplichtingen van de ouder 

Artikel 16 Inlichtingenplicht

  1. De ouder of de partner doet het dagelijks bestuur onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. 

  2. De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het dagelijks bestuur, binnen een door het dagelijks bestuur te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de ISD Bollenstreek van belang zijn. 

 

PARAGRAAF 7 Slotbepalingen 

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. 

Artikel 18 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang Noordwijk 2008. 

Algemene toelichting

INLEIDING

Op 1 januari 2005 treedt de Wet kinderopvang in werking getreden. De Wet kinderopvang beoogt het ouders of 

verzorgers gemakkelijker te maken werk en zorg te combineren. Niet alleen werkenden kunnen een beroep doen op de Wet kinderopvang. Een aantal in de wet benoemde doelgroepen kan een beroep doen op de gemeente voor het betalen van een deel van de kosten die zij maken voor kinderopvang. De vergoeding door de gemeente van een deel van de kosten voor kinderopvang wordt aangeduid met de term ‘tegemoetkoming kosten kinderopvang (gemeente)’. 

 

Artikel 25 Wet kinderopvang bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt omtrent de 

tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming. Deze verordening geeft uitvoering aan deze wettelijke opdracht, waarbij is vastgelegd dat de Intergemeentelijke Sociale Dienst Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout, Teylingen en Noordwijk (ISD Bollenstreek) verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze verordening. 

De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te weten: een aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op een bepaalde activiteit van de aanvrager. Titel 4.2 van de Awb die regels stelt over subsidies is van toepassing op de tegemoetkomingen. Dit betekent dat op de verstrekking van tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang door gemeenten drie regelingen van toepassing zijn: 

  1. de gemeentelijke verordening Wet kinderopvang; 

  2. de Wet kinderopvang; 

  3. de subsidieregels in titel 4.2 van de Awb. 

De ISD-gemeenten beschikken over een algemene subsidieverordening. De vraag is aan de orde wat de verhouding is tussen de verordening kinderopvang en de algemene subsidieverordening, en meer in het bijzonder of de algemene subsidieverordening ook van toepassing is op tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang. 

Deze verordening is zo opgezet dat deze geheel los staat van de algemene subsidieverordening. In dat geval is de algemene subsidieverordening niet van toepassing op de verstrekking van tegemoetkomingen. Het principe geldt dan dat de meest specifieke regeling voorrang krijgt boven de algemene regeling. 

HOOFDLIJNEN VAN HET PROCES VAN VERSTREKKING VAN DE TEGEMOETKOMINGEN

In deze verordening worden de hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen door de gemeente vastgelegd. Daarbij zijn twee uitgangspunten gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de uitvoeringslasten voor zowel de gemeenten als de aanvragers van de tegemoetkoming zo beperkt mogelijk moeten zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn met de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar zijn. 

 

Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven te bevorderen 

De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een zogeheten ‘open-einde regeling’. Dit betekent dat iedereen die op grond van de wet behoort tot de gemeentelijke doelgroep aanspraak heeft op een tegemoetkoming van de gemeente. 

Om gemeenten in staat te stellen de kosten die gepaard gaan met de verstrekking van de tegemoetkomingen beheersbaar te houden, zijn in de verordening de volgende bepalingen opgenomen: 

  • De omvang van de aanspraak op een tegemoetkoming van ouders die geen eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang hoeven te betalen, wordt aan beperkingen gebonden. In de verordening wordt bepaald dat bij deze groep ouders de tegemoetkoming wordt verstrekt voor het aantal uren kinderopvang per week dat naar het oordeel van het dagelijks bestuur voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is om de combinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken. 

  • Er worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht verstrekt. Een gemeentelijke 

  • tegemoetkoming wordt verstrekt met ingang van het tijdstip waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de ISD Bollenstreek in ontvangst is genomen. 

  • De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er daadwerkelijk kinderopvang plaatsvindt. 

  • De tegemoetkoming wordt uitbetaald in maandelijkse voorschotten. Hierdoor blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen die de gemeente van de ouders moet terugvorderen, beperkt. 

 

Tegemoetkomingen voor de duur van een kalenderjaar 

Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur één kalenderjaar. Daarmee wordt aangesloten bij wijze waarop de betalingen door de Belastingsdienst worden verstrekt. Dit betekent dat een tegemoetkoming elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd. Uitzondering wordt gemaakt voor de gevallen waarin bij de aanvraag reeds duidelijk is dat de aanspraak op de tegemoetkoming beperkt is tot een bepaalde periode (bijvoorbeeld de duur van een reïntegratietraject die in het trajectplan is vastgelegd of de datum waarop het kind naar de basisschool gaat of de basisschool verlaat). 

 

Verstrekking van de tegemoetkoming in twee stappen 

De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in twee stappen. Hiermee wordt aangesloten bij de Awb. 

De eerste stap is de beschikking tot het verlenen van de tegemoetkoming. Deze beschikking geeft de ontvanger van de tegemoetkoming een voorwaardelijke aanspraak op de tegemoetkoming tot een bepaald bedrag. De aanspraak is voorwaardelijk omdat op het moment dat de beschikking wordt gegeven nog niet zeker is dat de aanvrager daadwerkelijk gebruik zal maken van kinderopvang en zich aan de opgelegde verplichtingen houdt. 

Ondanks het voorwaardelijke karakter schept de subsidieverlening wel een rechtens afdwingbare aanspraak. 

De tweede stap is de beschikking tot het vaststellen van de tegemoetkoming. In deze beschikking wordt vastgesteld in hoeverre de ontvanger aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan en hoeveel het uiteindelijke bedrag van de tegemoetkoming is. Met het vaststellen van de tegemoetkoming wordt de tegemoetkoming definitief. Voordat de tegemoetkoming wordt vastgesteld kan de ISD Bollenstreek onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te controleren en eventueel inlichtingen bij de houders van een kindcentrum of gastouderbureau op te vragen. 

AANWIJZEN VAN EIGEN DOELGROEPEN

De verordening bevat geen inhoudelijke criteria over de definities van gemeentelijke doelgroepen en de hoogte van de tegemoetkomingen. Deze criteria zijn allemaal rechtstreeks in de Wet kinderopvang opgenomen. 

Gemeenten hebben bij de bepaling van deze doelgroepen en de hoogte van de tegemoetkoming dus geen beleidsvrijheid.  

Hoewel de gemeente er voor kan kiezen om naast de doelgroepen die in de wet zijn benoemd eigen doelgroepen aan te wijzen die aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, wordt voorgesteld hier geen gebruik van te maken.  

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen in artikel 1 en 2 van de Wet kinderopvang zijn ook van toepassing op deze verordening. 

De in de Wet kinderopvang gebezigde term college van burgemeester en wethouders is vervangen door de term het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst gemeente Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout, Teylingen en Noordwijk (afgekort ISD Bollenstreek). 

Artikel 2 Te verstrekken gegevens

Een aanvraag voor de toekenning van een sociaal-medische indicatie moet worden ingediend bij het dagelijks bestuur. In de procedure gaat de aanvraag voor de toekenning van een sociaal-medische indicatie vooraf aan de aanvraag voor een tegemoetkoming, maar in de praktijk zullen de aanvragen vaak gelijktijdig worden ingediend. Ook de besluiten over de toekenning van een sociaal-medische indicatie en de verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang kunnen in één beschikking worden opgenomen. Wel moet de juiste volgorde in acht worden genomen: eerst het besluit over de aanwezigheid van een sociaal-medische indicatie en vervolgens het besluit over de verstrekking van een tegemoetkoming. 

Om een onafhankelijk sociaal medisch advies te verkrijgen worden bovengenoemde aanvragen voorgelegd aan de GGD Zuid-Holland Noord. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het houden van toezicht bij de geregistreerde opvangcentra. Mogelijk dat de indicatiestelling niet bij de GGD maar bij het Landelijk Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) komt te liggen. Zie ook toelichting op artikel 17. 

Artikel 3 Beslistermijn

Bij het bepalen van de beslistermijn dient rekening te worden gehouden met de tijd die gemoeid is met het uitbrengen van advies door de GGD / CIZ (artikel 23, derde lid, Wet kinderopvang). 

Om de doorlooptijd van de adviesaanvraag te bespoedigen, moeten  ‘harde’ afspraken worden gemaakt met de GGD / CIZ over de termijn waarbinnen adviezen worden uitgebracht. Gezien de beslistermijn voor de ISD Bollenstreek dient deze termijn redelijk kort te zijn.

Artikel 4 Inhoud van de beschikking

Het besluit is een beschikking in de zin van titel 4.1 van de Awb. Dit betekent dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. Als de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie wordt vastgesteld, wordt in de beschikking aangegeven hoeveel uren kinderopvang noodzakelijk wordt geacht. Het besluit over de noodzakelijke omvang van de kinderopvang vormt de grondslag voor de aanvraag voor een tegemoetkoming. Bovendien moet in het besluit de geldigheidsduur van de indicatie worden vermeld. Deze verplichting staat in het vierde lid van artikel 23 Wet kinderopvang. Het kan gaan om een geldigheidsduur voor een beperkte termijn, maar ook om een geldigheidsduur voor onbepaalde tijd. In het indicatieadvies zal hierover ook een uitspraak moeten worden gedaan. 

Het dagelijks bestuur neemt het besluit op basis van het uitgebrachte indicatieadvies. Dit advies is niet bindend. Dit betekent dat het dagelijks bestuur van dat advies kan afwijken. Als het dagelijks bestuur een beschikking geeft die afwijkt van het uitgebrachte advies, zal het dagelijks bestuur de redenen voor de afwijking in de beschikking moeten motiveren (artikel 4:20 Awb). De motiveringverplichting geldt vooral voor het geval waarin een positief advies wordt gegeven en het dagelijks bestuur een afwijzend besluit neemt. 

Artikel 5 Weigeringsgronden

Dit artikel bevat twee weigeringsgronden. De weigeringsgrond onder a geeft aan dat een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van een sociaal-medische indicatie een vangnetvoorziening is. Alleen ouders die niet op grond van een andere bepaling in de Wet kinderopvang aanspraak kunnen doen op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, kunnen aanspraak doen op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wegens een sociaal-medische noodzaak. 

De weigeringsgrond onder b spreekt voor zich. 

Artikel 6 Te verstrekken gegevens bij de aanvraag

De tegemoetkoming wordt door de ouder aangevraagd bij het dagelijks bestuur (artikel 26 Wet kinderopvang). Uiteraard moet de ouder wonen in een van de vijf ISD-gemeenten. De definitieve subsidie wordt verstrekt door de gemeente waar de ouder woont. Concreet betekent dit dat de ISD Bollenstreek in de jaarrekening specificeert aan welke ouders in welke gemeente een subsidie kinderopvang hebben ontvangen. (artikel 22, derde lid, Wet kinderopvang). De aanvraag moet schriftelijk gebeuren (artikel 4:1 Awb). 

Omdat een tegemoetkoming voor de duur van een tegemoetkomingsjaar wordt verstrekt (artikel 4.4) moet deze elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Om de lasten voor de aanvragers zo beperkt mogelijk te houden, zal de ISD Bollenstreek het aanvraagformulier voor een vervolgaanvraag aan de ouders toesturen, waarbij het formulier reeds is ingevuld met de gegevens die bij de ISD Bollenstreek bekend zijn. De ouders hoeven dan alleen de mutaties op het aanvraagformulier aan te geven. Gezien de beslistermijn van maximaal 8 weken dient de vervolgaanvraag tijdig maar uiterlijk 1 november voorafgaand aan het komende vergoedingsjaar ingediend te worden. 

 

Een verhoging van de tegemoetkoming in verband met een verhoging van het aantal uren of dagdelen 

kinderopvang, zal ook moeten worden aangevraagd. Een verlaging van de tegemoetkoming in verband een vermindering van de omvang van de kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd. De ouder moet hiervan wel onmiddellijk mededeling doen aan het dagelijks bestuur (artikel 28, derde lid, Wet kinderopvang en artikel 16, eerste lid). 

Onderdeel d van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een tegemoetkoming pas bij de ISD Bollenstreek kan worden ingediend als de ouder over een offerte of contract beschikt. Op basis van de offerte of het contract kan de ISD Bollenstreek de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen. 

 

Het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in een gemeentelijk register (artikel 5, eerst lid, Wet kinderopvang). 

Onderdeel e van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag gegevens of een verwijzing naar gegevens wordt gevoegd waaruit blijkt dat de ouder behoort tot een gemeentelijke doelgroep. In een aantal gevallen kan de ouder volstaan met een verwijzing naar die gegevens omdat de ISD Bollenstreek of gemeente over de gegevens beschikt: 

- de ouder of partner ontvangt een uitkering in het kader van de WWB, IOAW/IOAZ of Anw én maakt 

gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; 

- de ouder is een niet-uitkeringsgerechtigde (NUG-er), is als werkzoekende geregistreerd bij het CWI maakt én maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; 

- de ouder is een nieuwkomer die een inburgeringprogramma volgt; 

- het dagelijks bestuur heeft een sociaal-medische indicatie vastgesteld. 

In andere gevallen zal de ouder de noodzakelijke gegevens aan de gemeente moeten verstrekken. Deze gegevens kunnen zijn: 

  • Uitkeringsgegevens indien de ouder van een andere gemeente een uitkering ontvangt; 

  • Bewijs van inschrijving school of opleidingsinstituut; 

  • Trajectplan van UWV. 

In het derde lid wordt bepaald dat indien de aanvrager een partner heeft, deze partner de aanvraag mede ondertekent. Deze bepaling is volledigheidshalve in de verordening opgenomen. De verplichting is reeds neergelegd in artikel 26, derde lid, Wet kinderopvang. 

Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming

De termijn waarbinnen het dagelijks bestuur een besluit moet nemen over de aanvraag van een tegemoetkoming geldt voor alle aanvragen voor een tegemoetkoming. Deze termijn geldt niet alleen voor nieuwe aanvragen, maar ook voor aanvragen die betrekking hebben op een voortzetting van een tegemoetkoming en voor aanvragen voor een hogere tegemoetkoming in verband met uitbreiding van de omvang van de kinderopvang. In de verordening is gekozen voor een beslistermijn van ten hoogste acht weken die eventueel met vier weken kan worden verlengd. 

 

Het feit dat het dagelijks bestuut een termijn van acht weken heeft om te beslissen over een aanvraag voor een tegemoetkoming, wil uiteraard niet zeggen dat het dagelijks bestuur deze termijn ook in alle gevallen moet benutten. De ISD Bollenstreek streeft er naar de behandelingstermijn van aanvragen zo kort mogelijk te houden en met name aanvragen waar spoed mee geboden is direct af te handelen. Door middel van mandatering van de beslissingsbevoegdheid bestaat de mogelijkheid de besluitvorming te versnellen. 

Artikel 8 Weigeringsgrond

Naast de weigeringsgrond in dit artikel kent de Awb ook een aantal gronden om de subsidieverlening te weigeren. Ook deze weigeringsgronden zijn van toepassing. Artikel 4:35 bepaalt dat de subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: 

  1. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; 

  2. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; 

  3. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 

Het tweede lid van artikel 4:35 bepaalt dat de subsidieverlening voorts in ieder geval kan worden geweigerd indien de aanvrager: 

  1. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of 

  2. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 

Artikel 9 Ingangsdatum van de tegemoetkoming

Dit artikel bepaalt de ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming. Er zijn twee ingangsdata mogelijk: 

  1. De datum waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de ISD Bollenstreek in ontvangst is genomen (eerste lid). In deze situatie zal de ouder op het moment dat hij zijn aanvraag indient reeds kinderopvang hebben.De datum waarop de kinderopvang van start gaat. Het tweede lid bepaalt dat er alleen een tegemoetkoming wordt verleend als er kinderopvang plaatsvindt. 

  2. Dit artikel bepaalt dat er geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor de kosten van kinderopvang die plaatsvindt voordat een aanvraag voor een tegemoetkoming bij de gemeente is ingediend. Een aanvraag wordt door de ISD Bollenstreek in ontvangst genomen wanneer deze voldoet aan de vormvereisten van artikel 4.1 en 4.2 Awb. Dit betekent dat een aanvraag: 

  • schriftelijk moet worden ingediend; 

  • moet zijn ondertekend; 

  • de naam en het adres van aanvrager dient te bevatten; 

  • een aanduiding moet geven van de beschikking die wordt gevraagd. 

De ingangsdatum van de tegemoetkoming heeft betrekking op het moment waarop de aanspraak op een tegemoetkoming ontstaat. De uitbetaling van de tegemoetkoming vindt pas plaats vanaf het moment dat het besluit tot verlening van de tegemoetkoming is genomen. De betaling vindt dan met terugwerkende kracht plaats tot de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen. 

De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van toepassing op aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren kinderopvang. De verhoogde tegemoetkoming wordt verstrekt vanaf het moment dat de aanvraag daarvoor door het dagelijks bestuur in ontvangst is genomen. 

Artikel 10 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend

De tegemoetkoming wordt in principe voor een heel kalenderjaar verleend. Voor aanvragen die in de loop van een jaar worden toegekend, geldt dat de tegemoetkoming wordt verstrekt tot 31 december van het betreffende jaar. Dit betekent dat een ouder elk jaar vóór 1 januari opnieuw een aanvraag voor een tegemoetkoming bij de ISD Bollenstreek zal moeten indienen. 

Het dagelijks bestuur kan de tegemoetkoming voor een andere periode vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager voor een bepaalde periode recht heeft op de tegemoetkoming, bijvoorbeeld als deze een reïntegratietraject voor een bepaalde periode volgt. Door de periode van verstrekking van de tegemoetkoming te koppelen aan de duur van het reïntegratietraject (of een andere vorm van arbeid), hoeft de ouder geen actie te ondernemen om de verstrekking van de tegemoetkoming stop te zetten of hoeft de ISD Bollenstreek geen eventueel ten onrechte uitgekeerde bedragen terug te vorderen. 

Artikel 11 Omvang van de kinderopvang

De Wet kinderopvang regelt uitsluitend de aanspraak van ouders op een tegemoetkoming van de gemeente voor de kosten van kinderopvang en niet de omvang van die aanspraak. Wanneer een ouder op basis van de criteria die de wet geeft tot een gemeentelijke doelgroep behoort heeft deze recht op een gemeentelijke tegemoetkoming. 

De wet stelt geen beperkingen aan het aantal uren kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming wordt verstrekt. 

Dit past in het systeem van de wet waarin de ouder zélf bepaalt hoeveel kinderopvang hij nodig heeft in verband met de combinatie van arbeid en zorg. 

Voor bepaalde gemeentelijke doelgroepen is de eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang nihil. Voor deze groepen wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage door de gemeente gecompenseerd  Bij deze ouders zet de hoogte van de eigen bijdrage geen rem op de vraag naar kinderopvang. Dat in tegenstelling tot ouders die wél een (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang moeten betalen en de hoogte van die bijdrage zullen laten meewegen in hun vraag naar kinderopvang.

Om de kosten voor de gemeenten te kunnen beheersen, is deze bepaling in de verordening opgenomen die de aanspraak op een tegemoetkoming enigszins beperkt. Dit artikel geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid om bij de groep ouders die geen eigen bijdrage betalen, per geval te beoordelen hoeveel kinderopvang de ouder redelijkerwijs nodig heeft om de arbeid die hij verricht te kunnen combineren met zorgtaken. 

Bij het bepalen van de omvang van de kinderopvang die redelijkerwijs nodig is om arbeid en zorg te combineren, zal ook rekening moeten worden gehouden met omstandigheden als een handicap of chronische ziekte van de ouder(s) of een beperking die de huiselijke situatie meebrengt voor de goede en gezonde ontwikkeling van het kind. In tegenstelling tot kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie op grond van artikel 23 Wet kinderopvang, hoeft voor deze beoordeling geen advies te worden aangevraagd. 

In nader door het dagelijks bestuur vast te stellen beleidsregels wordt neergelegd hoe met deze bevoegdheid wordt omgegaan. Op deze wijze wordt deze beoordeling zoveel mogelijk geobjectiveerd. 

Artikel 12 Inhoud van de beschikking

Onderdeel e bepaalt dat in de beschikking wordt aangeven hoe het bedrag van de tegemoetkoming wordt vastgesteld. In de beschikking moet onder andere de wijze van uitbetaling van de tegemoetkoming worden vermeld (onderdeel f). Artikel 13 bepaalt dat de uitbetaling plaatsvindt in de vorm van maandelijkse voorschotten. Onderdeel g schrijft voor dat in de beschikking de verplichtingen van de ouder worden opgenomen. Daarbij moet aan de volgende verplichtingen worden gedacht: 

  • de verplichting om binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het dagelijks bestuur een overzicht te verstrekken van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode; 

  • de informatieplicht die is opgenomen in artikel 28, eerste tot en met derde lid, Wet kinderopvang; 

Artikel 13 De bevoorschotting van de tegemoetkoming

De subsidieverstrekking vindt plaats in de vorm van maandelijkse voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming waarop de aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen (indien de aanvraag het gehele tegemoetkomingsjaar betreft). 

De ISD Bollenstreek betaalt de tegemoetkoming uit aan de ouder. De ouder kan, al dan niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de ISD Bollenstreek machtigen om de betalingen rechtstreeks aan dat kindercentrum of gastouderbureau te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets aan de verhouding tussen de gemeente en de ouder. Ook al wordt het bedrag gestort op de rekening van het kindercentrum of gastouderbureau, er blijft sprake van een betaling van de tegemoetkoming van ISD Bollenstreek aan de ouder. 

Het tweede lid geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid om nadere voorschriften te stellen over de wijze van bevoorschotting van de tegemoetkoming. Zo kan het dagelijks bestuur bepalen dat er alleen een voorschot wordt betaald op basis van een factuur van het kindercentrum of gastouderbureau. Het dagelijks bestuur zou zo’n voorschrift kunnen stellen wanneer er twijfels bestaan of een ouder daadwerkelijk gebruik zal maken van kinderopvang. 

Artikel 14 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming

Op grond van artikel 4:47, onderdeel a, Awb kan een subsidie (dus ook een tegemoetkoming) ambtshalve worden vastgesteld. Ambtshalve vaststellen houdt in dat het dagelijks bestuur op eigen initiatief de tegemoetkomingen vaststelt. De ouders hoeven geen aanvraag tot het vaststellen van de tegemoetkoming bij het dagelijks bestuur in te dienen. 

De ouders zijn wel verplicht om binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het dagelijks bestuur een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode te verstrekken. Als een tegemoetkoming voor een kalenderjaar is verleend, dient het overzicht van de kosten uiterlijk vier weken na 31 december bij het dagelijks bestuur te worden ingediend. Het overzicht van de kosten kan zowel een apart jaaroverzicht zijn dat door het kindercentrum of gastouderbureau wordt opgesteld of een verzameling van maandoverzichten. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens acht weken de tijd om de tegemoetkoming vast te stellen. In deze periode kan de ISD Bollenstreek een onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te controleren en eventueel inlichtingen bij de houders van een kindcentrum of gastouderbureau op te vragen. 

In het besluit tot het vaststellen van de tegemoetkoming wordt bepaald wat precies het bedrag is waar de ouder die de tegemoetkoming heeft aangevraagd recht op heeft. De berekeningswijze die is opgenomen in de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming geldt als het uitgangspunt voor het vaststellen van de tegemoetkoming. Dit betekent dat de tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het aantal uren kinderopvang dat in de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming is vastgelegd. Dat is het maximum aantal uren. In de beschikking tot vaststelling van de tegemoetkoming kan wel worden uitgegaan van een lager aantal uren, maar niet van een hoger aantal. 

Als de aanvrager de gegevens niet verstrekt, kan het dagelijks bestuur de tegemoetkoming op een lager bedrag vaststellen. 

Lager vaststellen kan ook betekenen op nul vaststellen. Het dagelijks bestuur heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 4:46, tweede en derde lid, Awb. Op grond van het tweede lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien: 

  1. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; 

  2. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; 

  3. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of 

  4. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. 

Het derde lid van artikel 4:46 Awb luidt: ‘Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen’. 

Artikel 15 Verrekening met de voorschotten

Dit artikel regelt de uitbetaling door de ISD Bollenstreek van het nog te betalen deel van de tegemoetkoming. Als de ISD Bollenstreek een ouder een hoger bedrag heeft uitgekeerd dan waarop deze recht heeft, kan de ISD Bollenstreek het te veel betaalde bedrag terugvorderen. Terugvordering is geregeld in artikel 38 Wet kinderopvang (zie ook de toelichting bij artikel 16). 

Artikel 16 Inlichtingenplicht

Deze verplichtingen staan in ongeveer dezelfde bewoordingen ook in artikel 28, eerste tot en met derde lid Wet kinderopvang. Volledigheidshalve wordt deze verplichting hier herhaald. 

Het vierde lid van artikel 28 bevat de inlichtingenplicht voor houders van een kindercentrum of gastouderbureau. 

Deze bepaling luidt: ‘De houder verstrekt desgevraagd aan het dagelijks bestuur alle 

gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak van een ouder op de tegemoetkoming van belang zijn’. 

Er kunnen twee vormen van schending van de inlichtingenplicht worden onderscheiden: 

  1. het betreffende kind maakt geen gebruik van kinderopvang; 

  2. er wordt wel gebruik maakt van kinderopvang, maar de ouder heeft geen recht op een tegemoetkoming (hij behoort niet tot gemeentelijke doelgroep). 

Als een ouder de inlichtingenplicht schendt en als gevolg hiervan ten onrechte een tegemoetkoming heeft ontvangen of een te hoog bedrag, kan het dagelijks bestuur de beschikking tot het verlenen of tot het vaststellen van de tegemoetkoming intrekken of wijzigen en het te veel betaalde bedrag terugvorderen. Ook is mogelijk om in aanvulling hierop een bestuurlijke boete aan de betreffende ouder op te leggen. Hieronder wordt op de twee maatregelen nader ingegaan. 

 

Intrekken van de beschikking en terugvorderen van de tegemoetkoming 

In de Awb is geregeld op welke gronden een subsidie (een tegemoetkoming in de terminologie van de Wet kinderopvang) kan worden ingetrokken en teruggevorderd. Daarbij moeten twee situaties worden onderscheiden: 

a. de situatie waarin de tegemoetkoming nog niet is vastgesteld en b. de situatie waarin de tegemoetkoming wel is vastgesteld.
Ad a. de tegemoetkoming is nog niet vastgesteld: intrekken of wijzigen van de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming (artikel 4:48 Awb)

Zolang de tegemoetkoming nog niet is vastgesteld kan het dagelijks bestuur de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger van de tegemoetkoming wijzigen, indien: 

  1. de activiteiten waarvoor de tegemoetkoming is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; 

  2. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de tegemoetkoming verbonden verplichtingen; 

  3. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de tegemoetkoming zou hebben geleid; 

  4. de verlening van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. 

 

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de 

intrekking of wijziging anders is bepaald. 

Opschorten van de bevoorschotting (artikel 4:56 Awb) 

Het dagelijks bestuur hoeft niet te wachten met het treffen van een maatregel tot dat het besluit tot verlening van de tegemoetkoming is ingetrokken of gewijzigd. Het dagelijks bestuur kan al eerder besluiten de betaling van de tegemoetkoming op te schorten. Op grond van artikel 4:56 Awb kan het dagelijks bestuur de verplichting tot betaling van een voorschot opschorten met ingang van de dag waarop het dagelijks bestuur aan de ouder schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming in te trekken of te wijzigen. Deze opschorting duurt tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken. 

Ad b. de tegemoetkoming is wel vastgesteld: intrekken of wijzigen van de beschikking tot subsidievaststelling (artikel 4:49 Abw) 

Ook als de tegemoetkoming is vastgesteld, is het dagelijks bestuur in bepaalde gevallen bevoegd de beschikking tot het vaststellen van de tegemoetkoming in te trekken of ten nadele van de ontvanger van de tegemoetkoming te wijzigen. Het gaat om de volgende gevallen: 

  1. er is sprake van feiten of omstandigheden waarvan het dagelijks bestuur bij de vaststelling van de tegemoetkoming redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming lager dan overeenkomstig de verlening van de tegemoetkoming zou zijn vastgesteld; 

  2. de vaststelling van de tegemoetkoming was onjuist en de ontvanger van de tegemoetkoming wist dit of behoorde dit te weten; 

  3. de ontvanger van de tegemoetkoming heeft na de vaststelling van de tegemoetkoming niet voldaan aan de aan de tegemoetkoming verbonden verplichtingen. 

De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt. 

Terugvordering (artikel 38 Wet kinderopvang) 

Indien de beschikking tot het verlenen of het vaststellen van de tegemoetkoming is ingetrokken of ten nadele van de ouder is gewijzigd, kan de ISD Bollenstreek het reeds betaalde bedrag van de ouder terugvorderen. 

In artikel 38 Wet kinderopvang worden de bepalingen in de Wet werk en bijstand (WWB) over de terugvordering van bijstand van overeenkomstige toepassing verklaard op het terugvorderen van een tegemoetkoming. Dit betekent bijvoorbeeld dat het bedrag dat wordt teruggevorderd kan worden verrekend met de tegemoetkoming die aan de ouder wordt verstrekt. In het besluit tot terugvordering moet de wijze waarop zal worden teruggevorderd worden vermeld (artikel 60, eerste lid WWB). 

De bestuurlijke boete

Naast het intrekken en terugvorderen van de tegemoetkoming kan het dagelijks bestuur in bepaalde gevallen ook een bestuurlijke boete opleggen. De bestuurlijke boete is geregeld in hoofdstuk 5 van de Wet kinderopvang. Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, die gericht is op bestraffing van de overtreder (artikel 1, eerste lid, onderdeel t, Wet kinderopvang). 

Het betreffende bedrag komt toe aan de gemeente (artikel 72, vierde lid Wet kinderopvang). 

Het dagelijks bestuur kan een bestuurlijke boete opleggen indien een ouder zijn inlichtingenplicht niet nakomt. Het gaat daarbij om het schenden van de volgende verplichtingen: 

  • het desgevraagd verstrekken aan het dagelijks bestuur van alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn (artikel 28, eerste lid, Wet kinderopvang); 

  • het verstrekken van die inlichtingen en gegevens binnen een door het dagelijks bestuur te stellen redelijke termijn (artikel 28, tweede lid, Wet kinderopvang); 

  • het onmiddellijk na het bekend worden daarvan verstrekken aan het dagelijks bestuur van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming (artikel 28, derde lid, Wet kinderopvang). 

De hoogte van de bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 2269 (artikel 72, eerste lid, onderdeel c, Wet kinderopvang). Bij het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke boete zal het dagelijks bestuur maatwerk moeten leveren. Artikel 72, tweede lid, Wet kinderopvang bepaalt dat de hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin de overtreding de ouder verweten kan worden en de omstandigheden waarin die persoon verkeert. Van het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 

In de Wet kinderopvang is geregeld in welke gevallen het dagelijks bestuur géén bestuurlijke boete mag opleggen. Dit is het geval in de volgende situaties: 

  • de overtreder is overleden; 

  • de overtreder is wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete of er is hem een 

  • kennisgeving gedaan dat een bestuurlijke boete zal worden opgelegd. In deze gevallen kan het dagelijks bestuur aangifte doen bij het Openbaar Ministerie; 

  • er is vijf jaren verstreken nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. 

De procedure van het opleggen van een bestuurlijke boete is geregeld in de artikelen 77 tot en met 84 van de Wet kinderopvang. 

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze bepaling spreekt voor zich. 

Artikel 18

Deze bepaling spreekt voor zich. 

publicatie ISD verordeningen 211207

publicatie ISD verordeningen 211207 (PDF)
Omschrijving:
Publicatie De Zeekant

Verordening Wet Kinderopvang ISD Bollenstreek

Verordening Wet Kinderopvang ISD Bollenstreek (PDF)
Omschrijving:
Getekende versie van de verordening.