Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Subsidieverordening Sport

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Subsidieverordening sport en sportrecreatie
Citeertitel Subsidieverordening sport
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) 01-01-2009
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 06-02-2008
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling 26-02-2002
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 28-11-2007
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Zeekant, 5-2-2008
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 149
  2. Algemene Wet Bestuursrecht

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
06-02-2008 26-02-2002 01-01-2009 nieuwe regeling 28-11-2007
De Zeekant, 5-2-2008
Onbekend.

Inhoudsopgave

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van <datum> (de Zeekant van <datum>)

 

De raad van de gemeente Noordwijk;

 

gelezen het voorstel van het college van <datum>, nummer <..>;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de navolgende:

 

Subsidieverordening sport en sportrecreatie

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  1. a.Subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het gemeentebestuur met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;

  2. b.Instelling: een vereniging of stichting als bedoeld in het Burgerlijk wetboek;

  3. c.Activiteit: de activiteit die door de instelling zal worden uitgevoerd en die door de gemeente kan worden gesubsidieerd;

  4. d.Activiteitenplan: een overzicht van door de rechtspersoon voorgenomen activiteiten met de beoogde effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met het gemeentelijk welzijnsbeleid. Het activiteitenplan vermeldt tevens per activiteit de benodigde personele, huisvestings, organisatorische en materiële middelen;

  5. e.Algemene Reserve: het eigen vermogen van de rechtspersoon, niet zijnde een bestemmingsreserve;

  6. f.Bestemmingsreserve: vermogen van de rechtspersoon dat met een specifiek doel in de balans wordt opgenomen;

  7. g.Beleidsregel: een besluit, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift dat een algemene regel geeft voor het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan en is vastgesteld door het college of de raad;

  8. h.Subsidiebeschikking: een schriftelijk besluit tot subsidieverlening waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte en eventuele subsidievoorwaarden worden meegedeeld;

  9. i.Subsidievaststelling: de beschikking tot subsidievaststelling waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag;

  10. j.Subsidiecontract: het contract die door het gemeentebestuur en de instelling kan worden gesloten ter uitwerking van de subsidiebeschikking. Daarin worden in elk geval aangegeven; de looptijd van de subsidie, de maximale hoogte van het subsidiebedrag, de te verrichten activiteiten/prestaties, de doelgroep en de wijze waarop deze verantwoord moeten worden;

  11. k.Subsidieperiode: het in de subsidiebeschikking en/of contract overeengekomen tijdvak waarvoor het subsidie is verstrekt, dit tijdvak kan gelijk zijn aan een kalenderjaar;

  12. l.Programma: een besluit van de gemeenteraad waarin het overzicht van activiteiten op het terrein van het welzijn voor één jaar is opgenomen;

  13. m.Adviesraad: het door de instellingen zelf georganiseerde advieslichaam rond de vier sub- beleidsvelden: sociaal cultureel werk, zorg, emancipatie en sport;

  14. n.Bestuursorgaan: als bestuursorgaan in de zin van deze verordening worden beschouwd de raad, het college of krachtens schriftelijk mandaat aangewezen ambtenaren;

  15. o.Commissie: de raadscommissie die adviseert met betrekking tot het werkveld;

  16. p.Raad: de gemeenteraad van Noordwijk;

  17. q.College: het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk.

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening

    1. 1.Deze verordening is van toepassing op de subsidieverlening door de gemeente op het terrein van sport en sportrecreatie.

    2. 2.Deze verordening is niet van toepassing op het verstrekken van donaties en het betalen van lidmaatschapsgelden en contributies door de gemeente.

    3. 3.De gemeenteraad kan bepalen dat deze verordening niet of slechts ten dele van toepassing is op bepaalde subsidies of soorten van subsidies. Ook kunnen nadere beleidsregels worden vastgesteld.

Artikel 3 Algemene eisen

  1. 1.In het algemeen worden slechts activiteiten gesubsidieerd die georganiseerd worden door instellingen.

  2. 2.In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend ten behoeve van door natuurlijke personen georganiseerde activiteiten. De in de deze verordening opgenomen bepalingen vinden dan, voor zover mogelijk, overeenkomstige toepassing.

  3. 3.Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats indien:

    1. a.de door de instelling te verrichten activiteiten voor een bepaald jaar zijn opgenomen in het door de raad vastgestelde programma;

    2. b.op de goedgekeurde begroting van de gemeente de benodigde gelden zijn uitgetrokken voor de uitvoering van het onder a genoemde programma;

    3. c.de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  4. 4.Subsidie wordt, behoudens het bepaalde in artikel 10, verleend voor een periode van maximaal één jaar.

  5. 5.Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats, indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden.

Artikel 4 Uitsluiting van subsidiëring

Uitgesloten van subsidie krachtens deze verordening zijn:

  1. a.activiteiten die worden verricht in het belang van een politieke partij, een vakorganisatie of een kerkgenootschap;

  2. b.instellingen die het maken van winst tot doel hebben.

Artikel 5 Democratisering

  1. 1.De instelling dient op zodanige wijze georganiseerd te zijn, dat haar personeel en de vrijwilligers, alsmede degenen die ten behoeve van wie zij activiteiten organiseert, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de instelling.

  2. 2.Het college kan ter zake nadere beleidsregels vaststellen.

Artikel 6 Vrijwilligersbeleid

De instelling dient een vrijwilligersbeleid te voeren, waarin in ieder geval mogelijkheden zijn opgenomen om vrijwilligers tegemoet te komen met betrekking tot verzekeringen en onkostenvergoedingen.

Hoofdstuk 2 De subsidieaanvraag

Artikel 7 De subsidieaanvraag

  1. 1.Vóór 1 mei van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de aanvraag is bestemd (t - 1), dient een instelling bij het college een subsidieaanvraag in, tenzij het handelt om aanvragen voor een eenmalige of waarderingssubsidie. De aanvraag dient in ieder geval vergezeld te zijn van:

    1. a.de begroting van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, vergezeld van de nodige toelichting op de begrotingsposten in vergelijking met het vorige jaar;

    2. b.de balans van het voorafgaande jaar met toelichting;

    3. c.een opgave van de omvang van de algemene reserve en eventuele bestemmingsreserves;

    4. d.een activiteitenplan voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft tenzij kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte is;

    5. e.een meerjaren-activiteitenplan voor de periode van maximaal vier jaar volgend op het eerste begrotingsjaar, voorzien van een raming van uitgaven en inkomsten tenzij kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte is;

    6. f.een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen alsmede de aard van de betrekking met die rechtspersonen.

  2. 2.Indien een instelling voor de eerste maal een subsidie aanvraagt worden bovendien overlegd:

    1. a.een exemplaar van de statuten;

    2. b.een opgave van de bestuurssamenstelling;

    3. c.een beschrijving van de organisatievorm van de instelling;

    4. d.een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    5. e.een motivatie waaruit de behoefte blijkt die bij de bevolking bestaat aan de voorgenomen activiteiten.

  3. 3.Het college kan nadere voorschriften geven voor de inrichting van de activiteitenplannen en begrotingen dan wel verlangen dat gebruik wordt gemaakt van daarvoor door de gemeente beschikbaar te stellen formulieren.

  4. 4.Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten deze buiten behandeling te laten. Dit geldt tevens ten aanzien van aanvragen, die weliswaar tijdig maar onvolledig zijn ingediend. Het college kan een termijn stellen waarin de instelling het verzuim kan herstellen. Indien daaraan binnen de gestelde termijn niet is voldaan, kan het college eveneens besluiten het verzoek niet in behandeling te nemen.

Artikel 8 Overleg

  1. 1.Het college treedt in overleg met de instelling teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de activiteiten of prestaties, de overige subsidievoorwaarden en, indien van toepassing, over de uitwerkingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 13 en de door de gemeente ter beschikking te stellen middelen, tenzij daarvan met toestemming van de instelling wordt afgezien. Het college kan terzake afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren.

  2. 2.Leidt zulks tot overeenstemming dan stelt het college de raad voor te besluiten tot subsidiëring.

  3. 3.Leidt zulks niet tot overeenstemming dan maakt het college in het voorstel aan de raad om al dan niet over te gaan tot subsidiëring in ieder geval melding van de afwijkende opvatting van de instelling en geeft zij gemotiveerd aan waarom zij die opvatting niet deelt.

Hoofdstuk 3 De subsidieverlening

Artikel 9 Bevoegdheden

  1. 1.De raad verstrekt op het gebied van welzijn slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift.

  2. 2.Een wettelijk voorschrift voor subsidiëring is niet vereist indien:

    1. a.subsidiëring geschiedt in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar;

    2. b.de subsidiëring betreft in incidentele gevallen en de subsidie voor ten hoogste vier jaar wordt verstrekt.

  3. 3.Voorzover bij wettelijk voorschrift of bij de gemeentebegroting niet is voorzien in de verdeling van de beschikbare geldmiddelen stelt de raad omtrent de verdeling beleidsregels vast. Het welzijnsjaarprogramma dient deze beleidsregels te bevatten.

  4. 4.Het college maakt het te verwachten subsidieplafond bekend voor de aanvang van het tijdstip waarvoor het is vastgesteld. Bij die bekendmaking wordt de wijze van verdeling vermeldt, wordt gewezen op de mogelijkheid tot verlaging van dat plafond en de gevolgen daarvan voor de reeds ingediende aanvragen voor subsidie.

  5. 5.Het activiteitenplan en de begroting worden door het college geheel of gedeeltelijk goedgekeurd alvorens zij als basis gaan dienen voor het ontwerpprogramma.

  6. 6.Het college stelt vóór 1 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor het zal gelden een ontwerpprogramma vast waarbij de ontvangen activiteitenplannen en begrotingen van de instellingen als basis dienen.

  7. 7.In het ontwerpprogramma wordt aangegeven wat de te verwachten effectiviteit is van de subsidieverstrekking.

  8. 8.Naar aanleiding van de beslissing bedoeld in het vijfde lid kunnen belanghebbenden hun zienswijzen naar voren brengen bij het college.

  9. 9.de commissie behandelt in een openbare vergadering de zienswijzen alsmede het standpunt van de betrokken adviesraad aangaande deze zienswijzen.

  10. 10.Na de commissie te hebben gehoord stelt het college het ontwerpprogramma definitief vast.

  11. 11.Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien de raad niet binnen vier weken na vaststelling of goedkeuring van de begroting daarop een beroep heeft gedaan.

  12. 12.De raad dient uiterlijk vóór 31 december van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor het zal gelden het programma vast te stellen.

  13. 13.De raad maakt van deze bevoegdheid geen gebruik nadat met de instellingen overleg is gepleegd zoals bedoeld in artikel 8. Dit overleg kan achterwege blijven indien daaraan geen behoefte is.

Artikel 10 Weigeringsgronden

  1. 1.De raad weigert een subsidie die op een wettelijk voorschrift berust of een incidentele subsidie wegens het ontbreken van voor verstrekking beschikbare middelen indien de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen worden overschreden.

  2. 2.De raad weigert een instelling een subsidie indien haar activiteiten niet zijn gericht op de gemeente of aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente.

  3. 3.De raad kan een subsidie weigeren indien gegronde vrees bestaat dat:

    1. a.de aanvrager in strijd met de aan de beschikking verbonden voorschriften zal handelen;

    2. b.de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven.

  4. 4.De raad kan een subsidie voorts weigeren indien de aanvrager:

    1. a.in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of

    2. b.de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert dan wel daartoe een verzoek heeft ingediend bij de rechtbank.

Artikel 11 Meerjaren subsidie

  1. 1.De raad kan voor een boekjaar of voor maximaal vier jaar subsidie verlenen.

  2. 2.Indien het subsidie voor twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan de subsidie de verplichting verbonden tot periodieke verstrekking van gegevens.

  3. 3.De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de subsidieontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken.

Artikel 12 Subsidiebeschikking

  1. 1.Indien de gemeenteraad het programma heeft vastgesteld wordt in de beschikking per instelling aangegeven:

    1. a.een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend.

    2. b.het bedrag van de subsidie danwel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald of het bedrag waarop het subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

  2. 2.Het college zendt uiterlijk vóór 31 januari van het jaar waarvoor de subsidie geldt een afschrift van de beschikking aan de instellingen.

  3. 3.Als de subsidie wordt verleend in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen, wordt in de beschikking het tijdvak vermeld waarvoor het subsidie is verleend.

  4. 4.Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat uitsluitend het gemeentebestuur of uitsluitend de aanvrager een bepaalde handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat:

    1. a.de aanvrager meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening of

    2. b.de aanvrager aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde een handeling van het gemeentebestuur of van de aanvrager, heeft plaatsgevonden.

Artikel 13 Subsidieovereenkomst

  1. 1.Ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten.

  2. 2.Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen van de instelling

Artikel 14 Voorschriften

  1. 1.De instelling is gehouden de activiteiten te organiseren, zoals deze opgenomen zijn in de subsidiebeschikking en, voorzover van toepassing, in de uitwerkingsovereenkomst.

  2. 2.De raad kan aan een beschikking tot subsidieverlening voorwaarden verbinden.

  3. 3.De voorwaarden kunnen onder meer verplichtingen bevatten met betrekking tot:

    1. a.de aard en omvang van de verplichtingen waarvoor de subsidie wordt verleend;

    2. b.de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

    3. c.de voor het vaststellen van de subsidie te verstrekken gegevens en bescheiden;

    4. d.de verwezenlijking van het doel van de subsidie, met dien verstande, dat voor zover de subsidie op een wettelijk voorschrift berust hierin bij of krachtens dit voorschrift moet zijn voorzien;

    5. e.het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor een derde.

  4. 4.Voorschriften inhoudende verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel waarvoor de subsidie is verleend, kunnen aan de beschikking worden verbonden, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald en voor zover deze betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de activiteit wordt verricht.

  5. 5.De voorschriften kunnen worden uitgewerkt in een contract voorzover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.

Artikel 15 Personeel en beroepskrachten

  1. 1.Indien de activiteiten worden uitgevoerd door beroepskrachten dienen deze over een zodanige kennis te beschikken dat een verantwoorde uitoefening van hun functie is gewaarborgd overeenkomstig door de minister of overkoepelende bonden gestelde regels.

  2. 2.De personeelsformatie, alsmede wijziging daarvan, wordt, zover het handelt om subsidiabele personeelslasten, vastgesteld door het college.

  3. 3.De arbeidsvoorwaarden van beroepskrachten in dienst van een instelling komen overeen met de landelijk vastgestelde regels/

  4. 4.Indien het programma personeelsafvloeiing tot gevolg heeft danwel rechtspositionele veranderingen wordt dit niet door de raad vastgesteld dan nadat over de veranderingen overleg is gevoerd met de representatieve organisaties van de betrokken werknemers en werkgevers.

Artikel 16 Subsidiëring huisvestingslasten

Eerst wanneer vaststaat dat geen geschikte ruimte in een door de gemeente gesubsidieerde accommodatie beschikbaar is, zal tot subsidiëring van de huisvestingslasten van andere accommodaties worden overgegaan.

Artikel 17 Accommodatie in eigendom

Instellingen die een accommodatie in eigendom hebben of er één permanent huren en/of beroepskrachten in dienst hebben kunnen slechts subsidie ont¬vangen wanneer zij rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn.

Artikel 18 Verzekering instelling

De instelling is verplicht haar roerende en onroerende goederen te ver¬zekeren op basis van herbouw- of vervangingswaarde. Tevens dient de in¬stelling een verzekering af te sluiten tegen schade voortvloeiend uit de wettelijke aansprakelijkheid.

Artikel 19 Algemene reserve

  1. 1.De instelling brengt de door haar ontvangen schenkingen, erfstellingen, sponsorgelden alsmede donaties ten gunste van de exploitatie.

  2. 2.De instelling brengt minimaal 50% van de opbrengsten van eigen acties ten laste van de exploitatie. De overige 50% kunnen worden aangewend voor fondsvorming ten gunste van vervangingsinvesteringen of toevoeging aan de algemene reserve, na goedkeuring van het college.

  3. 3.De instelling brengt 100% van de bijdragen van steunfondsen ten laste van de exploitatie.

  4. 4.De omvang van de bestemmingsreserves, met inachtneming van artikel 35, wordt vastgesteld door het college gerelateerd aan de omvang van de bepaalde bestemming.

  5. 5.Instellingen met exploitatie-uitgaven tot € 113.445,05 mogen een algemene reserve hebben van 10% van deze uitgaven. Voor het gedeelte boven dit bedrag geldt een percentage van 5%. Voor instellingen die minder dan € 22.689,01 exploitatie-omzet hebben is het mogelijk een bodemreserve te vormen van maximaal €2.268,90.

  6. 6.De genoemde bedragen hebben als peiljaar 1998 en worden jaarlijks geïndexeerd.

  7. 7.Onder eigen middelen wordt niet de algemene reserve verstaan.

Artikel 20 Jaarrapportage

  1. 1.Uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie was verleend brengt de instelling verslag uit van de door haar in het boekjaar uitgevoerde activiteiten conform de daartoe door het college vastgestelde richtlijnen onder overlegging van een door het bestuur van de instelling vastgestelde rekening van baten en lasten alsmede de daarbij behorende balans.

  2. 2.Indien de instelling werkt met vrijwilligers, wordt tevens aandacht besteed aan het door de instelling gevoerde vrijwilligersbeleid als bedoeld in artikel 6.

Artikel 21 Accountantsverklaring

Indien de jaarlijks in zijn totaliteit aan de instelling toegekende subsidie het bedrag van € 50.000,- overschrijdt, dient de in artikel 20 genoemde jaarrapportage te zijn voorzien van een accountantsrapport.

Artikel 22 Controle

  1. 1.Het college is bevoegd controle uit te oefenen op de betrouwbaarheid van de in artikel 20 bedoelde rapportage.

  2. 2.De administratie van de instelling dient zodanig te zijn ingericht dat deze controle op eenvoudige wijze mogelijk is. Het college kan ter zake aanwijzingen geven.

  3. 3.De instelling is verplicht door het college aangewezen personen inzage te geven in haar boeken en andere zakelijk bescheiden en deze desgewenst te verstrekken voorzover de in het eerste lid genoemde controle dat vereist.

  4. 4.Het college wijst jaarlijks één of meer verenigingen aan die de kans lopen op een controle. De uiteindelijk controle is op één van de aangewezen verenigingen.

Hoofdstuk 5 Subsidievaststelling

Artikel 23 Beschikking tot vaststelling

  1. 1.De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.

  2. 2.Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

Artikel 24 Vaststelling

  1. 1.De vaststelling van de subsidie geschiedt door het college, tenzij de raad anders heeft bepaald.

  2. 2.Het college stelt vóór 1 juli van het jaar volgend op dat waarop de subsidietoekenning betrekking heeft de subsidie vast.

  3. 3.Degene aan wie de subsidie is verleend, dient binnen een bij de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn een aanvraag in.

  4. 4.Deze aanvraag kan tegelijkertijd worden ingediend met het jaarverslag en de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 20 lid 1.

  5. 5.Indien de aanvraag niet of niet tijdig wordt ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.

Artikel 25 Aanvraag tot vaststelling

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geeft aan of de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de subsidieverlening.

Artikel 26 Vaststelling op een lager bedrag

Vaststelling van de subsidie kan geschieden voor een lager bedrag dan verlening van de subsidie indien:

  1. a.de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

  2. b.de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen;

  3. c.de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  4. d.de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet of niet tijdig is ingediend.

Artikel 27 Intrekking, wijziging en beëindiging subsidieverlening

De raad kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

  1. a.de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

  2. b.de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste gegevens tot een andere beschikking zouden hebben geleid;

  3. c.met toepassing van artikel 9 lid 3, een beroep gedaan wordt op het voorbehoud dat voldoende gelden ter beschikking gesteld worden.

Artikel 28 Wijziging of intrekking subsidievaststelling

  1. 1.De raad kan een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen:

    1. a.op grond van feiten en omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening had kunnen worden vastgesteld;

    2. b.indien de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidievaststelling verbonden voorwaarden.

  2. 2.De subsidievaststelling kan vier jaar na bekendmaking niet meer worden gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 29 Betaling

  1. 1.De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.

  2. 2.De subsidie wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald tenzij door het college anders is bepaald.

Artikel 30 Betaling in gedeelten

  1. 1.Het vastgestelde subsidiebudget kan door het college in gedeelten worden uitbetaald.

  2. 2.Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan het in gedeelten worden betaald indien bij de subsidievaststelling is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.

Artikel 31 Voorschotten

  1. 1.Het college kan de instelling voorschotten verlenen.

  2. 2.Bij de subsidievaststelling worden de betaalde voorschotten verrekend met het bedrag van de subsidie.

Artikel 32 Opschorting betaling

De verplichting tot betaling van de subsidie of de betaling van een voorschot wordt opgeschort indien de raad het voornemen bekend heeft gemaakt de subsidieverlening of –vaststelling ten nadele van de instelling in te trekken of te wijzigen.

Artikel 33 Terugvordering onverschuldigde betaling

Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of voorschot kan worden teruggevorderd tot vijf jaar na de subsidievaststelling of de intrekking of wijziging daarvan.

Artikel 34 Beroep en bezwaar

Ten aanzien van bezwaar- of beroepsmogelijkheden kan een instelling alleen in bezwaar komen bij de gemeenteraad tegen een op grond van artikel 12 door de gemeenteraad genomen beslissing.

Hoofdstuk 6 Bijzondere vormen van subsidie

Artikel 35 Beleidsregels

  1. 1.De raad kan voor bepaalde sectoren beleidsregels of nadere regels vaststellen, op basis waarvan de aangewezen instellingen worden gesubsidieerd.

  2. 2.In een dergelijke regeling wordt aangegeven welke artikelen van deze verordening niet van toepassing zijn, alsmede welk bestuursorgaan bevoegd is de krachtens de regeling beschikbaar te stellen subsidies te verlenen.

  3. 3.Indien het college het bevoegd bestuursorgaan is, geschiedt de subsidieverlening niet nadat de desbetreffende raadscommissie positief heeft geadviseerd tenzij de beleidsregel anders bepaalt.

Artikel 36 Subsidie in afschrijvingskosten

  1. 1.De raad kan een instelling subsidie in afschrijvingskosten verlenen.

  2. 2.Onder afschrijvingskosten wordt verstaan:
    ‘alle kosten van rente en afschrijvingen van vervangingsinvesteringen van basisinvesteringen. Een basisinvestering is een uitgave voor een voorziening zonder welke de instelling niet in staat is de door de gemeente gesubsidieerde activiteiten uit te voeren en die een technische levensduur hebben van meer van één jaar en die minimaal € 453,78 bedraagt.’

  3. 3.De kosten voor rente en afschrijvingen c.a. van vervangingsinvesteringen zijn voor 60% subsidiabel.

  4. 4.De kosten voor afschrijving dienen in de jaarrekening van de instelling gespecificeerd te worden opgenomen.

Artikel 37 Waarderingssubsidies

  1. 1.De raad kan een subsidie als waarderingssubsidie aanmerken indien bij bepaalde activiteiten van belang acht, zonder deze naar aard en inhoud te willen beïnvloeden.

  2. 2.Een waarderingssubsidie kan maximaal € 453,78 bedragen.

  3. 3.Hoofdstuk 4 van deze verordening is niet van toepassing op waarderingssubsidies.

Artikel 38 Eenmalige subsidies

  1. 1.Onder een eenmalige subsidieaanvraag wordt verstaan een aanvraag, die betrekking heeft op een activiteit waarvoor een eenmalige bijdrage wordt verstrekt.

  2. 2.De raad kan eenmalige subsidies verstrekken.

  3. 3.De aanvraag dient uiterlijk drie maanden voordat de activiteit plaatsvindt te worden ingediend, vergezeld van een gespecificeerde begroting en beschrijving van de activiteit.

  4. 4.Het college is bevoegd te besluiten over subsidieaanvragen tot € 907,56.

  5. 5.Na afloop van de gesubsidieerde activiteit dient de aanvrager binnen een door het college te stellen termijn een afrekening alsmede een verslag van de activiteit in.

  6. 6.Hoofdstuk 4 van deze verordening is niet van toepassing op eenmalige subsidies.

Artikel 39 Subsidies voor jubilea

  1. 1.Het college kan eenmalige subsidies verstrekken voor de viering van jubilea van instellingen tot een maximum van € 1.361,43.

  2. 2.Alleen jubilea van 12 ½, 25, 50, 75, 100, 125 jaar etc. komen voor subsidie in aanmerking mits de instelling een extra activiteit organiseert die past bij de kernactiviteiten van de betreffende instelling.

  3. 3.Voor de jubilea wordt uitgegaan van vaste subsidiebedragen:

bij 12 ½ jaar

€    453,78

bij 25 jaar

€    680,67

bij 50 jaar

€    907,56

bij 75 jaar

€ 1.134,45

bij 100 jaar en meer

€ 1.361,34

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 40 Ontheffing

Het college kan in individuele gevallen ontheffing van een of meer verplichtingen van deze verordening verlenen.

Artikel 41 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie en werkt terug tot en met 26 februari 2002.

Artikel 42 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Subsidieverordening sport’

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van <datum>,

 

voorzitter

griffier

 

Toelichting op de subsidieverordening welzijn

Algemeen

Subsidiëring is een belangrijk sturend en voorwaardenscheppend bestuursinstrument van een overheid.

Om de doelen te kunnen bereiken die de overheid nastreeft met subsidieverlening, misbruik van subsidies te kunnen tegengaan, instellingen voldoende rechtszekerheid te geven, moeten de rechten en plichten en de bevoegdheden van de gemeente en instellingen op een heldere wijze worden vastgelegd.

Dit heeft geleid tot het opnemen van een aparte titel over subsidies in de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.2).

 

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft algemene regels van bestuursrecht. De Awb is een zogenoemde aanbouwwet. Vanuit een basis worden tranches aangebouwd. Elke tranche bevat onderwerpen waarvan de ontwikkeling in de bestuursrechterlijke rechtspraktijk voldoende is uitgekristalliseerd om in een algemene wet te worden opgenomen. Per 1 januari 1998 is de derde tranche van de Awb in werking getreden. Vanaf die datum dient overeenkomstig de dwingende bepalingen van de derde tranche te worden gewerkt.

 

Deze derde tranche bevat regels over motivering en bekendmaking van besluiten. Daarnaast zijn er bepalingen ten aanzien van subsidies, beleidsregels, handhaving, delegatie, mandaat en toezicht op bestuursorganen.

 

Voor de subsidieverordening is met name het punt van de beleidsregels van groot belang. Een beleidsregel is "een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan" (art. 1.3 lid 4 van de Awb).

Het vaststellen van beleidsregels is geen verplichting maar het is wel zo dat bij de motivering van een besluit kan worden volstaan met verwijzing naar de onderliggende beleidsregel. Bij elk nieuw beleid dat wordt gemaakt dient de vraag te worden gesteld of dit de status van beleidsregel in de zin van de Awb moet hebben. Vanaf 1 januari 1999 bestaat de mogelijkheid voor belanghebbenden om bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen beleidsregels.

 

De derde tranche maakt het noodzakelijk om de subsidieverordening zoals die door de gemeenteraad op 17 december 1996 was vastgesteld, aan te passen. De Awb bemoeit zich niet met het inhoudelijke beleid ten aanzien van de subsidieverlening. Het gaat om het stellen van algemene regels. De belangrijkste wijziging is dat subsidies gebaseerd moeten zijn op een wettelijk voorschrift. Onder bepaalde voorwaarden kan een begrotingspost voldoende wettelijke basis zijn. Op subsidies die niet op grond van deze subsidieverordening worden verleend,bijvoorbeeld subsidies buiten het terrein van welzijn, zijn de bepalingen van de Awb rechtstreeks van toepassing.

Artikelsgewijs toelichting

Artikel 1 lid b

Onder de definitie van het begrip "instellingen" vallen ook natuurlijke personen of groepen van natuurlijke personen. Wanneer alleen rechtsper¬sonen voor subsidie in aanmerking zouden komen, wordt de mogelijkheid om nieuwe, nog niet georganiseerde initiatieven, te steunen bij voorbaat geblokkeerd ( zie artikel 4 lid 1 en 2).

 

Artikel 1 lid d

Het begrip activiteitenplan kan ook aanleiding geven tot misver¬standen. Een aantal instellingen organiseert een beperkt aantal activiteiten. Zo zal een toneelvereniging een aantal malen repeteren voor één jaarlijkse uitvoering en zal een sportvereniging er alleen voor zorgdragen dat verschillende teams in staat zijn om aan een competitie mee te doen. In dat geval is een activiteitenplan niet meer dan een korte opsomming van activiteiten met de daarbij gebruikte middelen (zie ook artikel 8 lid e).

 

Van groot belang is dat er niet meer gesproken wordt van een voorlopige en definitieve subsidie, maar gewoon van subsidie, van subsidievaststelling en subsidiebeschikking. In vergelijking met de vorige verordening zijn nu ook de begrippen algemene reserve en bestemmingsreserve omschreven.

Artikel 2

De verordening kent een grote reikwijdte. In principe vallen alle subsidie¬verstrekkingen eronder zoals die staan vermeld in de hoofdfuncties 5, 6 en 7 van de gemeentebegroting. Dat houdt in dat onder deze verordening onder meer zullen vallen:

  • -het sociaal-cultureel werk;

  • -het emancipatiewerk;

  • -de sport/sportieve recreatie;

  • -het bibliotheekwerk;

  • -het ouderenwerk;

  • -het gecoördineerd bejaardenwerk;

  • -het algemeen maatschappelijk werk;

  • -de kinderopvang

  • -de gezondheidszorg.

Artikel 3 en 4

Hier wordt aangegeven aan welke algemene voorwaarden moet zijn voldaan wil subsidie worden verstrekt. Uitgangspunt is dat geen instellingen worden gesubsidieerd maar activiteiten georganiseerd door instellingen. In het jaarprogramma worden alle gesubsidieerde activiteiten alsmede het wettelijk voorschrift waarop de subsidies zijn gebaseerd opgenomen. Instellingen die het maken van winst als doel hebben zijn uitgesloten van subsidiëring.

Artikel 4

De Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector en de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen willen de invloed van gebruikers op zowel het beleid als de activiteiten van gebruikers vergroten. Concreet betreft de reikwijdte van beide wetten alleen het zorgterrein (inclusief de kinderopvang). Het gaat hier om de bejaardenoorden, het algemeen maatschappelijk werk, de maatschappelijke opvang (verslavingszorg) en het welzijn van ouderen.

 

De Wet Klachtrecht uit 1995 stelt dat de instelling een klachtenreglement dient op te stellen. Uitgangspunt van de wet is dat de cliënten recht hebben op een goed aanbod en dat de instelling aanspreekbaar is op de kwaliteit en organisatie van dat aanbod.

 

De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen is van 1997 en waarborgt dat de aanbieders van activiteiten rekening houden met de wensen en behoeften van hun gebruikers. De wet verplicht het instellen van bijvoorbeeld gebruikersraden of oudercommissies.

 

De gemeente Noordwijk zal erop toezien dat de hiervoor in aanmerking komende instellingen voldoen aan het gestelde in beide wetten. Het college kan echter via nadere beleidsregels dat ook andere welzijnsinstellingen hun voordeel doen met deze wetten.

Artikel 7

Het activiteitenplan en de begroting moeten vóór 1 mei, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de aanvraag is bestemd bij het college worden ingediend. Wat bij de subsidieaanvraag overlegd moet worden is in dit artikel geregeld.

 

Nieuw is de opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen. Onder gelieerde rechtspersonen worden in ieder geval verstaan :

  1. 1.Rechtspersonen waaraan in het verleden een groter bedrag dan € 453,78 om niet ter beschikking is gesteld, waarover de instelling op enig moment weer de beschikking kan krijgen.

  2. 2.Rechtspersonen ten aanzien waarvan de instelling een beslissende invloed heeft op de besteding van de middelen dan wel invloed heeft op de benoeming van één of meer bestuursleden.

  3. 3.Rechtspersonen die statutaire bepalingen kennen op grond waarvan bij liquidatie gelden aan de instelling kunnen toevloeien.

  4. 4.Rechtspersonen waarbij statutair is bepaald dat deze mede ten doel hebben de instelling te ondersteunen.

 

Het college kan besluiten een subsidieaanvraag die na 1 mei binnenkomt niet in behandeling te nemen. Ook kan het college besluiten dat een instelling die een onvolledige aanvraag heeft ingediend binnen een bepaalde termijn alsnog dit verzuim kan herstellen. Uitgangspunt is wel dat het opstellen van het ontwerp welzijnsprogramma niet mag worden vertraagd.

Artikel 8

Voor de goedkeuring van het activiteitenplan en de begroting van een instelling zal door het college geen afzonderlijke beschikking worden afgegeven. De goedkeuring wordt in de subsidiebeschikking medegedeeld, als ware het een onderdeel van de overweging die tot toekenning van de subsidieaanvraag heeft geleid.

 

Indien men bezwaar wil maken tegen het niet goedkeuren van een werkplan of begroting dan kan dat na vaststelling van het programma door de gemeente¬raad op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Wel eist artikel 8 dat er in ieder geval overleg is geweest met de instelling omtrent de activiteiten en de subsidievoorwaarden.

Artikel 12

Het is de bedoeling dat de gemeenteraad het programma vaststelt als uitwerking van de gemeentebegroting. De reden hiervan is dat de gemeenteraad nog invloed moet kunnen uitoefenen op het totaal beschikbaar bedrag aan subsidies.

 

Vóór 31 januari dient het college aan de instellingen te berichten welk besluit de gemeenteraad heeft genomen. Behalve wanneer er sprake is van een eenmalig subsidie vindt de subsidieverlening altijd plaats in de vorm van een maximum subsidiebedrag. Indien tijdens het jaar naar het zich laat aanzien een kostenpost wordt overschreden dient dit aan het college te worden gemeld. Slechts bij hoge uitzondering zal aanpassing van de subsidie plaatsvinden.

Artikel 15

Dit artikel beoogt waarborgen te scheppen voor de kwaliteit van het werk. Voor een aantal sectoren zijn door het ministerie van VWS benoembaarheidseisen vastgelegd. Voor de sector sport zullen de regels van de landelijke sportbonden worden gevolgd. Dit artikel is alleen van toepassing in de situatie dat de gemeente een instelling en diens personeelsformatie voor een aanzienlijk deel of vol¬ledig subsidieert.

Indien een sportvereniging een trainer aanstelt en hiervoor geen subsidie ontvangt dan is een goedkeuring van het college uiteraard niet vereist.

Dat laatste geldt ook voor jeugdtrainers indien er geen sprake is van een dienstverband. Het artikel is alleen van toepassing indien er sprake is van een vast dienstverband en subsidiabele personeelslasten.

Artikel 16

Een optimaal en multifunctioneel gebruik van door de gemeente gesubsidi¬eerde accommodaties wordt voorgestaan. Eerst wanneer vaststaat dat geen ruimte in accommodaties, zoals hiervoor genoemd, beschikbaar is zal tot subsidiëring van huisvestingslasten van andere accommodaties worden overgegaan. Uiteraard geschiedt dit alleen wanneer de betreffende activiteiten op grond van deze verordening subsidiabel zijn.

Artikel 19

Gesubsidieerde instellingen kunnen zelf activiteiten ontplooien (oud-papieracties, bingoavonden, rommelmarkten, deelname aan collectes etc. ) die winst opleveren. Het dient hier te gaan om activiteiten die in feite niet behoren tot de verenigingsactiviteiten. In ieder geval worden baropbrengsten, donateursacties, advertentie-inkomsten en sponsorgelden niet tot de opbrengsten van eigen acties gerekend. De opbrengsten van eigen acties moeten voor 50% in de exploitatie worden opgenomen terwijl de andere 50% moet worden aangewend voor bestemmingsfondsen voor vervangingsinvesteringen.

Artikel 20-22

Aan de hand van de door de instelling in te dienen rekening en verslag wordt het subsidie vastgesteld.

Voor het opmaken van de jaarrekening stelt de gemeente formulieren ter beschikking.

 

Instellingen met een subsidiebedrag van meer dan € 50.000,- dienen een jaarlijkse accountantsverklaring te overleggen. Bedraagt het subsidie minder dan € 50.000,- dan kan het college besluiten om de bescheiden te laten controleren door een door haar aan te wijzen ambtenaar. Indien de bescheiden niet in orde worden bevonden of niet aan de bepa¬lingen van deze verordening is voldaan kan dit vermindering van het definitieve subsidie tot gevolg hebben. Wordt de jaarrekening goedgekeurd dan wordt de subsidie definitief vastgesteld conform het in het programma opgenomen bedrag.

Artikel 27 en 28

Wanneer bij de subsidieafrekening blijkt dat een instelling ten tijde van het indienen van de subsidieaanvrage opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt dan kan dit achteraf leiden tot gehele of gedeeltelijke af¬wijzing van de subsidie.

Artikel 34

Ten aanzien van bezwaar- of beroepsmogelijkheden kan een instelling alleen in bezwaar komen bij de gemeenteraad tegen een op grond van artikel 12 door de gemeenteraad genomen beslissing. Hieraan voorafgaand kan een instelling nog wel reageren op het ontwerpprogramma en wel bij het col¬lege. De reactie van de instelling zal voor advies worden verzonden aan zowel de commissie voor welzijn als de betreffende adviesraad.

 

Wordt de reactie van een instelling door het college niet gehonoreerd dan pas staat bezwaar open bij de gemeenteraad nadat het programma is vast¬gesteld. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht moet de instelling binnen zes weken nadat de gemeenteraad het besluit heeft genomen bezwaar maken bij het orgaan dat de beslissing heeft genomen (de gemeenteraad).

 

Een commissie die met de behandeling van bezwaarschriften is belast stelt de instelling in de gelegenheid te worden gehoord (artikel 7:2 Awb). Indien de gemeenteraad afwijzend op een bezwaarschrift besluit, is op grond van de Algemene wet bestuursrecht beroep mogelijk op de administra¬tieve kamer van de rechtbank (art. 8.1.1.1 Awb).

Hoofdstuk 6

In Noordwijk zijn vier vormen van subsidie. De meest voorkomende situatie is dat subsidie, hoewel het jaarlijks wordt vastgesteld, een structureel karakter heeft. Een instelling ontvangt jaarlijks een geldelijke bijdrage ten behoeve van de uitvoering van de in het jaarprogramma genoemde activiteiten.

 

Naast deze structurele subsidies kan ook een eenmalig subsidie worden verstrekt. Deze mogelijkheid is bedoeld voor bijzondere activiteiten, experimenten, investeringen of voor het starten van nieuwe activiteiten, waarvoor in de toekomst wellicht een structureel subsidie kan worden verstrekt. Eenmalige subsidies worden verstrekt uit het welzijnsfonds.

 

Subsidies van minder dan € 453,78 worden niet uitgekeerd. Gaat echter om activiteiten die het college hogelijk waardeert dan kan een instelling een zogeheten waarderingssubsidie ontvangen.

 

Een vierde vorm is subsidie in de afschrijvingskosten. Het gaat hier wel om de afschrijving van zaken die behoren bij de uitvoering van activiteiten. Daarom mogen alleen afschrijvingskosten worden opgevoerd die door het college zijn aanvaard. Deze afschrijvingskosten moeten duidelijk in de jaarrekening worden vermeld omdat conform het raadsbesluit van 26 maart 1996 deze kosten voor 60% worden gesubsidieerd. Als afschrijvingskosten worden aangemerkt :

  • -afschrijving op gebouwen;

  • -afschrijving op verbouwing/uitbreiding, eerste inrichting en buiten¬gewoon onderhoud;

  • -rente van geldleningen, gesloten ten behoeve van de financiering van investeringen voor huisvesting;

  • -afschrijvingen op apparatuur, gereedschappen, instrumenten, unifor¬men, toestellen, spelmaterialen, e.d.;

  • -afschrijving van kantoormachines ;

Subsidieverordening sport bekendmaking

Subsidieverordening sport bekendmaking (PDF)
Omschrijving:
Publicatie De Zeekant

Subsidieverordening sport

Subsidieverordening sport (PDF)
Omschrijving:
Ondertekende versie van de verordening.