Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Verordening rioolheffing Noordwijk

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017
Citeertitel Verordening rioolheffing Noordwijk 2017
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2017
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 15-12-2016
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Gemeenteblad
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 228a

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2017 nieuwe regeling 15-12-2016
Gemeenteblad
Onbekend.
24-12-2015 01-01-2017 nieuwe regeling 17-12-2015
Gemeenteblad, 23 december 2015
Onbekend.
30-12-2014 01-01-2016 nieuwe regeling 18-12-2014
Gemeenteblad, 29 december 2014
Onbekend.
01-01-2014 31-12-2013 01-01-2015 nieuwe regeling 19-12-2013
Het Witte Weekblad, 25 december 2013
Onbekend.
01-01-2013 01-01-2014 nieuwe regeling 20-12-2012
Het Witte Weekblad, 27 december 2012
Onbekend.
29-12-2011 01-01-2013 nieuwe regeling 21-12-2011
Witte Weekblad, 28-12-2011
Onbekend.
23-12-2010 01-01-2012 nieuwe regeling 16-12-2010
De Zeekant, 22-12-2010
Onbekend.
01-01-2010 01-01-2011 nieuwe regeling 17-12-2009
De Zeekant, 23-12-2009
Onbekend.
01-01-2009 01-01-2010 nieuwe regeling 18-12-2008
De Zeekant, 24-12-2008
Onbekend.
01-01-2008 01-01-2009 nieuwe regeling 18-12-2007
De Zeekant, 19-12-2008
Onbekend.

 

 

 

 

 

 

 

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 15 december 2016

 

De raad van de gemeente Noordwijk;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2016;

 

gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de navolgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  1. a.gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

  2. b.verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;

  3. c.water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;

  4. d.perceel: zie artikel 4 van deze verordening.

 

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

  1. a.de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

  2. b.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

 

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  1. 1.De belasting wordt geheven:

    1. a.van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en

    2. b.van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.

  2. 2.Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

  3. 3.Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt:

    1. a.degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

    2. b.ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

 

Artikel 4 Belastingobject

  1. 1.Onder perceel wordt verstaan: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan.

  2. 2.Als één onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, met dien verstande dat de eigendommen als bedoeld in dat artikel, die deel uitmaken van een in artikel 16, onderdeel e van die wet bedoelde onroerende zaak, als zelfstandige onroerende zaken worden aangemerkt.

  3. 3.Als één roerende zaak wordt mede aangemerkt een gedeelte van een perceel dat blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  1. 1.Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.

  2. 2.Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd, voor zover dit aantal meer bedraagt dan 300 kubieke meters.

  3. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle kalendermaand gerekend.

  4. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:

    1. a.watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of

    2. b.bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dan een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.

  5. 5.De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.

  6. 6.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

  7. 7.Indien de hoeveelheid afgevoerd water als bedoeld in het tweede lid niet of onvoldoende met toepassing van het bepaalde in het derde lid of het vierde lid kan wordt vastgesteld, stelt de in artikel 231, tweede lid, sub b Gemeentewet bedoelde ambtenaar de hoeveelheid afgevoerd water door inschatting vast.

 

Artikel 6 Belastingtarieven

  1. 1.Het tarief bedraagt voor het eigenarendeel:

    1. a.voor zover het perceel een directe- of indirecte aansluiting op de

gemeentelijke riolering heeft voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater

of bedrijfsafvalwater, per perceel                              €   153,53

    1. b.voor zover het perceel uitsluitend een directe of indirecte aansluiting

op de gemeentelijke riolering heeft voor de afvoer van hemel-

of grondwater, per perceel                              €     40,00

  1. 2.Het tarief bedraagt voor het gebruikersdeel, voor zover vanuit het perceel

meer dan 300 kubieke meter huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater

direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, voor elke

kubieke meter afgevoerd water                                   €       0,27

tot een maximum van                                          € 2.000,00

 

Artikel 7 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor percelen genoemd in artikel 6, eerste lid, onder b, die een WOZ-waarde vertegenwoordigen van € 10.000,-- of lager.

 

Artikel 8 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 9 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  1. 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  2. 2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  3. 3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  4. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

 

Artikel 11 Termijnen van betaling

  1. 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  2. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de aanslagen zijn geheven van natuurlijke personen en de verschuldigde bedragen door middel van een automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  3. 3.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de aanslagen zijn geheven van niet-natuurlijke personen en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 1.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  4. 4.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden         gestelde termijnen.

 

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de rioolheffing bedoeld in artikel 6, tweede lid, wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot heffing en invordering van rioolheffing.

 

Artikel 14 Overgangsrecht

De “Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016” van 17 december 2015

wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  1. 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de

bekendmaking.

  1. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing Noordwijk 2017."

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2016

 

 

Y.P.A. Hermans,          J. Rijpstra,

griffier wnd.               voorzitter