Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Subsidieverordening Welzijn

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Subsidieverordening Welzijn gemeente Noordwijk 2003
Citeertitel Subsidieverordening Welzijn gemeente Noordwijk 2003
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Maatschappelijk zorg en welzijn
Opmerkingen m.b.t. de regeling Met de inwerkingtreding van de verordening vervalt de Subsidieverordening welzijn gemeente Noordwijk, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 april 1998.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 21-03-2002
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 26-02-2002
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Zeekant, 20-03-2002
Kenmerk voorstel 19 februari 2002, nr 33

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 82
  2. Gemeentewet, art. 148
  3. Gemeentewet, art. 149
  4. Algemene wet bestuursrecht

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
21-03-2002 nieuwe regeling 26-02-2002
De Zeekant, 20-03-2002
19 februari 2002, nr 33

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 26 FEBRUARI 2002 (De Zeekant van 20 MAART 2002) 

 

De raad der gemeente Noordwijk, 

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 februari 2002, nr 33 

 

gelet op het positieve advies van de commissies Personeelszaken, Organisatie & Zorg en Onderwijs, Jeugd & Welzijn; 

 

mede gelet op de artikelen 148 en 149 van de Gemeentewet en de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht; 

 

besluit: 

 

vast te stellen de hierna volgende SUBSIDIEVERORDENING WELZIJN GEMEENTE NOORDWIJK 2003. 

Hoofdstuk 1.         ALGEMENE BEPALINGEN

Titel 1.         Begripsbepalingen

Artikel 1

a. 

Subsidie: 

de aanspraak op financiële middelen door het gemeentebestuur met het oog op de uitvoering van bepaalde activiteiten van de instelling, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten en anders dan contributies en lidmaatschappen. 

b. 

Budgetsubsidie:  

een op grond van een besluit van het bestuursorgaan voor een bepaalde subsidieperiode toegekende subsidie van €2.500,-- of meer als bijdrage in de kosten van vooraf omschreven en overeengekomen en door een instelling te verrichten activiteit(en) en te leveren bijbehorende prestatie(s) of effect(en). De subsidie is in principe structureel. 

c. 

Waarderingssubsidie:  

een op grond van een besluit van het bestuursorgaan voor een bepaalde subsidieperiode toegekende subsidie tot een maximum bedrag van €2.500,-- aan een lokaal werkende instelling die geen budgetsubsidie ontvangt. 

d. 

Projectsubsidie:  

een op grond van een besluit van het bestuursorgaan voor een aangegeven subsidieperiode toegekende subsidie, niet zijnde een budgetsubsidie of een waarderingssubsidie, als bijdrage in de kosten van een met name genoemd en door de instelling uit te voeren project met vooraf overeengekomen uitgaven en inkomsten en activiteiten. De subsidie is in principe eenmalig en bedoeld voor nieuw beleid. 

e. 

Instelling:  

een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk wetboek wier activiteiten zich zonder winstoogmerk richten op de beleidsterreinen die vallen binnen de werking van deze verordening. 

f. 

Activiteit:  

een op een specifiek doel gerichte werkzaamheid van een instelling voor zover die valt binnen de werking van deze verordening, die plaatsvindt door klantcontacten tussen de instelling en burgers en die past binnen de doelstellingen van die instelling. 

g. 

Prestatie:  

de concrete en meetbare resultaten of uitkomsten van een activiteit. 

h. 

Activiteitenplan:  

een door een subsidie aanvragende instelling voor de volgende subsidieperiode gegeven beschrijving van de beleidsuitgangspunten van de instelling en de in relatie hiermee te verrichten activiteit(en), te behalen prestatie(s) en beoogde effect(en). De instelling vermeldt daarin ook de relatie van de voorgenomen activiteiten met het gemeentelijk welzijnsbeleid. 

i. 

Begroting:  

een door een subsidie aanvragende instelling voor de volgende subsidieperiode opgestelde begroting waarin een relatie wordt gelegd tussen de in het activiteitenplan genoemde 

 

 

activiteit(en) en beoogde prestatie(s), de opbrengsten daarvan en de kosten die gemaakt moeten worden om ze te verwerkelijken. 

j. 

Aanvraag tot subsidieverlening: 

Activiteitenplan en begroting vormen samen de aanvraag tot subsidieverlening. 

k. 

Jaarverslag:  

een door een instelling opgestelde inhoudelijke verantwoording van de aard en de omvang van de activiteit(en) en prestatie(s) waarvoor subsidie werd verleend met een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en effecten en een toelichting op de verschillen; het verslag bevat een verantwoording van de activiteit(en) en prestatie(s) in het voorafgaande jaar, die correspondeert met het voor dat jaar opgestelde. 

l. 

Jaarrekening:  

een door een instelling opgestelde financiële verantwoording van de exploitatie van de instelling in het voorafgaande jaar, die correspondeert met de begroting voor dat jaar. 

m. 

Aanvraag tot subsidievaststelling: 

jaarverslag en jaarrekening vormen samen de aanvraag tot subsidievaststelling. 

n. 

Beleidsregel: 

een besluit, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift dat een algemene regel geeft voor het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan en is vastgesteld door het college of de raad. 

o. 

Criteriumnota:  

een door de gemeenteraad vast te stellen beleidsregel die dient ter uitvoering van het beleid dat de raad wenst te voeren ten aanzien van activiteiten en subsidies die vallen binnen de werking van deze verordening en waarin wordt aangegeven: 

 

• 

voor welke periode zij geldig is, 

 

• 

welke activiteiten subsidiabel zijn, 

 

• 

volgens welke criteria de subsidieaanvragen van de instellingen worden beoordeeld, 

 

• 

volgens welke methode het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld, 

 

• 

welke verplichtingen aan de subsidieverstrekking verbonden worden, 

 

• 

welke normbedragen voor bepaalde activiteiten worden vastgesteld. 

p. 

Subsidieplafond.  

het bedrag dat gedurende het eerstvolgende begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens deze verordening, uitgesplitst naar de relevante beleidsproducten en inclusief een budget voor nieuw beleid. 

q. 

Subsidieverlening:  

een besluit van het bestuursorgaan (beschikking) dat voorafgaande aan een bepaald jaar of een subsidieperiode wordt bekend gemaakt aan de aanvragende instelling en dat voorwaardelijke aanspraak geeft op de subsidie. Het besluit bevat de motivatie van het bestuursorgaan, het subsidiebedrag en de nadere voorwaarden of verwijst naar het subsidiecontract. 

r. 

Subsidievaststelling: 

een besluit van het bestuursorgaan (beschikking) dat na afloop van een kalenderjaar wordt afgegeven, dat het bedrag van de subsidie vaststelt, dat definitief aanspraak geeft op uitbetaling van het vastgestelde bedrag. Het besluit bevat de motivatie van het bestuursorgaan, het subsidiebedrag en eventueel nadere voorwaarden. 

s. 

Subsidiecontract: 

het contract dat door het gemeentebestuur en de instelling kan worden gesloten ter uitwerking van de subsidieverlening. Daarin worden in elk geval aangegeven; de subsidieperiode, de maximale hoogte van het subsidiebedrag voor de subsidieperiode, de te verrichten activiteiten/prestaties, de doelgroep en verder algemene of specifieke voorwaarden of afspraken. 

t. 

Subsidieperiode: 

het in de subsidieverlening en/of contract en/of subsidievaststelling overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidies verstrekt. 

u. 

Adviesraad: 

het krachtens verordening in het leven geroepen lichaam dat het college van Burgemeester en Wethouders adviseert rond de beleidsvelden van Welzijn. 

v. 

Bestuursorgaan: 

als bestuursorgaan in de zin van deze verordening worden beschouwd de Gemeenteraad, het college van Burgemeester en Wethouders of krachtens schriftelijk mandaat aangewezen ambtenaren van de gemeente Noordwijk. 

w. 

Commissie: 

de raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. 

x. 

Gemeentebestuur: 

het gemeentebestuur van Noordwijk. 

y. 

Gemeente: 

de gemeente Noordwijk. 

z. 

Uitvoeringsprotocol 

een door de gemeenteraad vastgesteld overzicht met de nadere invulling van de administratieve procedures ter uitvoering van deze verordening. 

 

Titel 2.         Reikwijdte van de verordening

Artikel 2

  1. Deze verordening is van toepassing op de verlening van de volgende soorten subsidie: budgetsubsidie, waarderingssubsidie en projectsubsidie. 

  2. Deze verordening is van toepassing op de subsidieverlening door de gemeente van activiteiten die aantoonbaar zijn gericht op het welzijn van de inwoners van de gemeente. 

  3. Onder welzijn wordt verstaan het welbevinden van personen en groepen in de samenleving waarvan ontplooiing, het dragen van verantwoordelijkheden voor zich zelf en voor anderen en actieve maatschappelijke deelname aspecten zijn. In ieder geval worden hieronder de volgende beleidsvelden verstaan: 

    1. het sociaal-cultureel werk; 

    2. het emancipatiewerk; 

    3. de sport/sportieve recreatie; 

    4. het bibliotheekwerk; 

    5. kunst en cultuur; 

    6. het (gecoördineerd) ouderenwerk; 

    7. het algemeen maatschappelijk werk; 

    8. de kinderopvang; 

    9. de gezondheidszorg; 

    10. accommodaties voor deze werkterreinen. 

  4. Deze verordening is niet van toepassing op het verstrekken van donaties en het betalen van lidmaatschapsgelden en contributies door de gemeente. 

  5. De gemeenteraad kan bepalen dat deze verordening niet of slechts ten dele van toepassing is op bepaalde subsidies c.q. soorten van subsidies c.q. instellingen c.q. beleidsvelden. 

  6. De gemeenteraad kan een protocol met nadere uitvoeringsregels vaststellen. 

 

Titel 3.         Algemene eisen

Artikel 3

  1. Subsidie wordt in de regel slechts toegekend aan rechtspersonen. 

  2. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het gestelde in lid 1, behalve wanneer de instelling onroerend goed bezit of permanent huurt dan wel wanneer de instelling personeel in dienst heeft. 

  3. Indien subsidie wordt verleend aan een natuurlijke persoon of een groep natuurlijke personen, zijn de in deze verordening opgenomen bepalingen, voor zover mogelijk, overeenkomstig van toepassing. 

  4. Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats indien: 

    1. de door de instelling te verrichten activiteiten voor een bepaald jaar zijn opgenomen in de door de raad vastgestelde criteriumnota voor datzelfde jaar; 

    2. binnen het subsidieplafond en op de goedgekeurde begroting van de gemeente de benodigde gelden zijn uitgetrokken voor de uitvoering van de activiteiten die binnen de criteriumnota voor een bepaald jaar vallen; 

    3. de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 

  5. Subsidie wordt, behoudens het bepaalde in artikel 11, verleend voor een periode van maximaal één kalenderjaar. 

  6. Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats, indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden. 

  7. Subsidie wordt slechts toegekend voor zover de instelling de activiteiten niet uit eigen financiële middelen kan bekostigen. 

Artikel 4

Uitgesloten van subsidie krachtens deze verordening zijn: 

  1. activiteiten die worden verricht in het belang van een politieke partij, een vakorganisatie, een levensbeschouwelijke organisatie of een kerkgenootschap; 

  2. instellingen die het maken van winst tot doel hebben; 

  3. activiteiten die niet aantoonbaar het welzijn van de inwoners van de gemeente ten doel hebben; 

  4. activiteiten die niet passen binnen het beleid van de gemeente; 

  5. de activiteiten niet passen binnen de doelstellingen van de instelling; 

  6. de doelstellingen of de activiteiten van de instelling in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de gezondheid of de veiligheid van de inwoners of de openbare orde; 

  7. de instelling op welke wijze dan ook discrimineert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook. 

 

Titel 4. Democratisering 

Artikel 5

  1. De instelling dient op zodanige wijze georganiseerd te zijn, dat haar personeel en de vrijwilligers, alsmede degenen die ten behoeve van wie zij activiteiten organiseert, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de instelling. 

  2. De instelling dient bij de samenstelling van haar bestuur inspanning te verrichten om het bestuur een afspiegeling te laten zijn van de samenleving. 

  3. Het college kan ter zake nadere uitvoeringsregels vaststellen. 

 

Titel 5. Vrijwilligersbeleid 

Artikel 6

De instelling dient een vrijwilligersbeleid te voeren, waarin in ieder geval mogelijkheden zijn opgenomen om vrijwilligers tegemoet te komen met betrekking tot verzekeringen en onkostenvergoedingen. 

Hoofdstuk 2.         DE AANVRAAG TOT SUBSIDIEVERLENING

Titel 6.         De aanvraag

Artikel 7

  1. Vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan de periode waarvoor de aanvraag is bestemd, dient een instelling bij het college een schriftelijke aanvraag tot subsidieverlening in. 

  2. De instelling gebruikt voor de aanvraag tot subsidieverlening de door het college voorgeschreven formulieren. 

  3. De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van de gegevens en bescheiden die staan genoemd in het uitvoeringsprotocol. 

  4. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten deze buiten behandeling te laten. 

  5. Dit geldt eveneens ten aanzien van aanvragen, die weliswaar tijdig maar onvolledig zijn ingediend. Het college kan een termijn stellen waarin de instelling het verzuim kan herstellen. Indien daaraan binnen de gestelde termijn niet is voldaan, kan het college eveneens besluiten het verzoek niet in behandeling te nemen. 

 

Titel 7         Overleg

Artikel 8

  1. Het college treedt in overleg met de instelling teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de activiteiten en prestaties en, indien van toepassing, over het subsidiecontract zoals bedoeld in artikel 13 en de door de gemeente ter beschikking te stellen subsidie. 

  2. Van dit overleg kan met wederzijdse instemming worden afgezien. 

  3. Het college kan ter zake de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaren. 

  4. Leidt het overleg tot overeenstemming dan stelt het college een subsidiecontract op, dat aan de instelling ter ondertekening wordt voorgelegd. 

  5. Na terugontvangst van het door de instelling ondertekende subsidiecontract zendt het college een beschikking tot subsidieverlening aan de instelling. Het subsidiecontract maakt deel uit van deze beschikking. 

  6. Leidt het overleg niet tot overeenstemming dan zendt het college eenzijdig een beschikking tot subsidieverlening aan de instelling, waarin het college zijn besluit toelicht en motiveert. 

Hoofdstuk 3.         DE SUBSIDIEVERLENING

Titel 8         Besluitvorming

Artikel 9

  1. Het college stelt vóór 1 september van een bepaald jaar een concept criteriumnota en een concept subsidieplafond voor het volgende jaar vast waarbij het door de gemeenteraad vastgestelde welzijnsbeleid en de ontvangen aanvragen van de instellingen als basis dienen. Daarbij wordt de wijze van verdeling vermeld, wordt gewezen op de mogelijkheid tot verlaging van dat plafond en de gevolgen daarvan voor de reeds ingediende aanvragen voor subsidie. 

  2. In de criteriumnota wordt aangegeven wat de te verwachten effectiviteit is van de subsidieverlening. 

  3. De concept criteriumnota wordt aan de adviesraden ter advisering gegeven gedurende de periode van tenminste vier weken. In deze periode wordt de criteriumnota toegezonden aan de instellingen die een aanvraag hebben ingediend. 

  4. Belanghebbenden kunnen hun zienswijzen op de concept criteriumnota naar voren brengen bij de gemeenteraad. 

  5. Na behandeling in de commissie stelt de gemeenteraad de criteriumnota, samen met het voorgestelde subsidieplafond, vast. 

  6. Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien de gemeenteraad niet binnen vier weken na vaststelling  of goedkeuring van de begroting daarop een beroep heeft gedaan.

  7. De gemeenteraad dient uiterlijk vóór 31 december van een bepaald jaar de criteriumnota en het subsidieplafond voor het volgende jaar vast te stellen. 

 

Titel 9         Weigeringsgronden

Artikel 10

  1. Het college weigert een subsidie wegens het ontbreken van voor subsidieverlening beschikbare middelen indien de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen worden overschreden. 

  2. Het college weigert een instelling een subsidie indien haar activiteiten niet zijn gericht op de gemeente of aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente. 

  3. Het college weigert een instelling een subsidie indien artikel 4 van deze verordening van toepassing is. 

  4. Het college kan een subsidie weigeren indien gegronde vrees bestaat dat: 

    1. de aanvrager in strijd met de aan de beschikking verbonden voorschriften zal handelen; 

    2. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 

  5. Het college kan een subsidie voorts weigeren indien de aanvrager: 

    1. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid, of 

    2. de aanvrager failliet is of in surséance van betaling verkeert dan wel daartoe een verzoek heeft ingediend bij de rechtbank. 

 

Titel 10         Meerjarige subsidie

Artikel 11

  1. Het college kan voor een subsidieperiode van één boekjaar tot maximaal vier jaar een budgetsubsidie verlenen. 

  2. Het college kan voor een subsidieperiode langer dan één boekjaar, maar niet langer dan twee volle kalenderjaren een projectsubsidie verlenen. 

  3. Indien lid 1 of 2 van toepassing is, wordt aan subsidieverlening de verplichting verbonden tot periodieke verstrekking van gegevens. 

  4. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de instelling krachtens lid 3 moet verstrekken. 

 

Titel 11         De beschikking tot subsidieverlening

Artikel 12

  1. Wanneer de gemeenteraad de criteriumnota en het subsidieplafond heeft vastgesteld, wordt door het college aan de instelling een beschikking tot subsidieverlening afgegeven. 

  2. Het college zendt deze beschikking aan de instelling uiterlijk 31 januari van het jaar waarvoor de subsidie geldt. 

  3. In het geval van meerjarige subsidies wordt in de beschikking de subsidieperiode vermeld. 

  4. In het geval van meerjarige subsidies wordt jaarlijks een beschikking tot subsidieverlening gezonden. 

 

Titel 12         Subsidiecontract

Artikel 13

  1. Ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening kan een subsidiecontract worden gesloten tussen de instelling en de gemeente. 

  2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in het subsidiecontract worden bepaald dat de instelling de verplichting aangaat de activiteiten daadwerkelijk uit te voeren waarvoor subsidie is verleend. 

Hoofdstuk 4.         VERPLICHTINGEN VAN DE INSTELLING

Titel 13         Voorschriften

Artikel 14

  1. De instelling is gehouden de activiteiten te organiseren, zoals deze opgenomen zijn in de beschikking tot subsidieverlening en, voorzover van toepassing, in het subsidiecontract. 

  2. De gemeente kan aan een beschikking tot subsidieverlening nadere voorwaarden verbinden. 

  3. De voorwaarden kunnen onder meer verplichtingen bevatten met betrekking tot: 

    1. de aard en omvang van de activiteiten en prestaties waarvoor subsidie wordt verleend; 

    2. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; 

    3. de voor subsidievaststelling te verstrekken gegevens en bescheiden; 

    4. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor een derde. 

  4. De voorschriften kunnen worden uitgewerkt in een subsidiecontract dat wordt geacht onderdeel uit te maken van de beschikking tot subsidieverlening, waarin dit nadrukkelijk staat vermeld. 

Artikel 15

  1. Indien de activiteiten worden uitgevoerd door beroepskrachten dienen deze over zodanige kwalificaties te beschikken dat een verantwoorde uitoefening van hun taken is gewaarborgd overeenkomstig door de (rijks)overheid c.q. de sociale partners gestelde regels. 

  2. De arbeidsvoorwaarden van beroepskrachten in dienst van een instelling volgen de voor de betreffende sector geldende CAO. 

Artikel 16

Een instelling zal waar mogelijk bij voorrang gebruik maken van een door de gemeente gesubsidieerde accommodatie, tenzij de gemeente de argumenten van de instelling overneemt om hiervan af te wijken. 

Artikel 17

  1. De instelling is verplicht haar roerende en onroerende goederen te verzekeren op basis van herbouw- respectievelijk vervangingswaarde. 

  2. Tevens dient de instelling een voldoende hoge verzekering af te sluiten tegen schade voortvloeiend uit de wettelijke aansprakelijkheid. 

Artikel 18

  1. De instelling brengt de door haar ontvangen schenkingen, erfstellingen, sponsorgelden en donaties ten gunste van de exploitatie. 

  2. De instelling verwerkt de opbrengsten van eigen acties en de bijdragen van steunfondsen – hoe ook genaamd – in de begrotingen en de exploitatie. 

  3. Stortingen in en onttrekkingen aan de reserves worden in begroting en jaarrekening zichtbaar gemaakt. 

  4. Voor de vorming van reserves – hoe ook genaamd – is toestemming van het college nodig. 

  5. De omvang en het doel van de bestemmingsreserves en voorzieningen wordt na overleg met de instelling vastgesteld door het college en opgenomen in het subsidiecontract en de beschikkingen. 

Hoofdstuk 5         SUBSIDIEVASTSTELLING

Titel 14         Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel 19

  1. Uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het jaar waarvoor een beschikking tot subsidieverlening  was afgegeven brengt de instelling in de aanvraag tot subsidievaststelling verslag uit van de door haar in het boekjaar uitgevoerde activiteiten en het gevoerde financiële beleid conform het geldende uitvoeringsprotocol.

  2. Voor meerjarige budgetsubsidies geldt lid 1. 

  3. Voor projectsubsidies geldt lid 1, tenzij andere termijnen zijn vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening of het subsidiecontract. 

  4. Indien de aanvraag niet of niet tijdig wordt ingediend, kan subsidie ambtshalve worden vastgesteld. 

  5. Indien de instelling werkt met vrijwilligers, wordt tevens aandacht besteed aan het door de instelling gevoerde vrijwilligersbeleid als bedoeld in artikel 6. 

Artikel 20

  1. De aanvraag tot subsidievaststelling geeft aan of de activiteiten hebben plaatsgevonden en de prestaties zijn geleverd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening dan wel het subsidiecontract. 

  2. Afwijkingen van de overeengekomen activiteiten en prestaties, zowel in omvang als in kwaliteit, dienen te worden verklaard en toegelicht. 

  3. Wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling daar aanleiding toe geeft zal de gemeente in overleg treden met de instelling. 

 

Titel 15         Accountantsverklaring

Artikel 21

  1. Indien in enig jaar het in totaal aan de instelling toegekend subsidiebedrag meer bedraagt dan €50 000,-- dient de in artikel 19 genoemde jaarrapportage te zijn voorzien van een accountantsrapport. 

  2. Bij een exploitatietotaal van meer dan €. 500.000,-- dient een accoutantsrapport van een registeraccountant te worden overlegd. 

 

Titel 16         Controle van administratie en financieel beheer

Artikel 22

  1. Het college is bevoegd controle uit te oefenen op de betrouwbaarheid van de rapportage die is opgenomen in de  aanvraag tot subsidievaststelling.

  2. De administratie van de instelling dient zodanig te zijn ingericht dat deze controle op eenvoudige wijze mogelijk is. Het college kan ter zake aanwijzingen geven. 

  3. De instelling is verplicht door het college aangewezen personen inzage te geven in haar boeken en andere zakelijke bescheiden en deze desgewenst te verstrekken voorzover de in het eerste lid genoemde controle dat vereist. 

 

Titel 17         De beschikking tot subsidievaststelling

Artikel 23

De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. 

Artikel 24

Het college geeft een beschikking tot subsidievaststelling af aan de instelling vóór 1 juli volgend op het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 

Artikel 25       

Subsidievaststelling kan geschieden voor een lager bedrag dan de subsidieverlening indien : 

  1. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, of niet geheel hebben plaatsgevonden; 

  2. de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen; 

  3. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; 

  4. de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet of niet tijdig is ingediend. 

 

Titel 18         Intrekking, wijziging en beëindiging

Artikel 26

Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien : 

  1. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; 

  2. de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste of de volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid; 

  3. met toepassing van artikel 9 lid 7, een beroep wordt gedaan op het voorbehoud dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 

Artikel 27

  1. Het college kan een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen: 

    1. op grond van feiten en omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidielager dan overeenkomstig de subsidieverlening had kunnen worden vastgesteld ; 

    2. indien de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidievaststelling verbonden voorwaarden. 

  2. De subsidievaststelling kan vier jaar na bekendmaking niet meer worden gewijzigd of ingetrokken. 

 

Titel 19         Betaling en terugvordering

Artikel 28

  1. De beschikking tot subsidieverlening geeft voorlopige aanspraak op uitbetaling van de subsidie, conform een eventueel overeengekomen schema voor de uitbetaling van de voorschotten.. 

  2. De beschikking tot subsidievaststelling geeft definitieve aanspraak op uitbetaling, onder verrekening van reeds gedane voorlopige betalingen (voorschotten) op grond van lid 1. 

  3. Eventuele verrekening wordt in de beschikking tot subsidievaststelling vastgelegd. Dit geldt zowel voor betaling door de gemeente aan de instelling als omgekeerd. 

  4. Eventuele verrekening vindt binnen vier weken na de subsidievaststelling plaats, tenzij in de beschikking tot subsidievaststelling anders is bepaald. 

Artikel 29

Indien subsidieverlening niet op een wettelijk voorschrift berust, kan het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde subsidiebedrag in gedeelten worden uitbetaald volgens een in de beschikking opgenomen schema. 

Artikel 30

De verplichting tot betaling van het subsidiebedrag of de betaling van een voorschot wordt opgeschort indien het college het voornemen bekend heeft gemaakt de subsidieverlening of subsidievaststelling ten nadele van de instelling in te trekken of te wijzigen. 

Artikel 31

Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of voorschot kan worden teruggevorderd tot vijf jaar na de subsidievaststelling, de intrekking of wijziging daarvan. 

Hoofdstuk 6         SLOTBEPALINGEN

 

Titel 20         Ontheffing

Artikel 32

  1. Het college kan in individuele gevallen van een of meer verplichtingen van deze verordening ontheffing verlenen. 

  2. Een dergelijke ontheffing wordt opgenomen in de beschikkingen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling. 

Artikel 33

  1. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet treft het college de nodige voorzieningen en/of neemt het de nodige besluiten. 

  2. Het college kan advies vragen aan de adviesraad. 

Artikel 34

  1. De verordening treedt in werking op de dag na publicatie. 

  2. De verordening geldt vanaf het subsidiejaar 2003. 

  3. De verordening is van toepassing op de behandeling van de aanvragen voor het subsidiejaar 2003. 

  4. Tegelijk met de inwerkingtreding van de verordening vervalt de Subsidieverordening welzijn gemeente Noordwijk, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 april 1998. 

  5. De verordening van 28 april 1998 blijft evenwel van toepassing op de afwikkeling van de subsidiëring in de jaren vóór 2003. 

Artikel 35

Deze verordening kan worden aangehaald als: "SUBSIDIEVERORDENING WELZIJN GEMEENTE NOORDWIJK 2003".

 

 

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk 

in de openbare vergadering van 26 februari 2002. 

 

 

 

, voorzitter 

 

 

 

 

 

, secretaris 

 

Rectificatie publ Sub verordening Welzijn 2003

Rectificatie publ Sub verordening Welzijn 2003 (PDF)
Omschrijving:
Ingescande rectificatie van eerdere publicatie.

publ Sub verord Welzijn en Uitvoeringsprotocol 2003

publ Sub verord Welzijn en Uitvoeringsprotocol 2003 (PDF)
Omschrijving:
Ingescande publicatie in De Zeekant

Raadsbesluit subsidieverordening 2003 incl behoud subv 1998 voor sport

Raadsbesluit subsidieverordening 2003 incl behoud subv 1998 voor sport (PDF)
Omschrijving:
Ondertekend raadsbesluit