Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | Gemeente Noordwijk |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening op de uitgangspunten van het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiele organisatie van de gemeente Noordwijk |
| Citeertitel | Financiele verordening 2008 gemeente Noordwijk |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) | |
| Onderwerp | Algemeen |
| Opmerkingen m.b.t. de regeling | Geen. |
| Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) | Geen. |
| Betreft (aard van de wijziging) | nieuwe regeling |
| Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling | 01-01-2008 |
| Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling | 01-01-2008 |
| Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling | 30-10-2008 |
| Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling | Zeekant, 19-11-2008 |
| Kenmerk voorstel | Onbekend. |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Gemeentewet, art. 212Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-01-2008 | 01-01-2008 | nieuwe regeling | 30-10-2008 Zeekant, 19-11-2008 |
Onbekend. |
| 15-11-2003 | nieuwe regeling | 28-10-2003 De Zeekant, 11-11-2003 |
22 oktober 2003, nr. 141 |
Â
Financiële verordening 2008 gemeente NoordwijkÂ
30 oktober 2008Â
Â
Â
Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 30 oktober 2008 (De Zeekant van .. november 2008)Â
Â
De raad der gemeente Noordwijk,Â
Â
gelezen de voordracht van het college van burgemeester en wethouders dd. 17 juli 2008, inzake vaststelling verordening ex art. 212 GWÂ
Â
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,Â
Â
BESLUIT:Â
Â
vast te stellen de navolgende:Â
Â
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Noordwijk (Financiële verordening 2008 gemeente Noordwijk)Â
Â
Hoofdstuk 1.    Inleidende bepalingen
Â
Artikel 1.    Definities
Voor de gehanteerde begrippen in deze verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de wet Fido, het besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het besluit Accountantscontrole provincies en gemeenten.Â
Voorts wordt in deze verordening verstaan onder:Â
a. afdelingÂ
iedere eenheid binnen de organisatie van de gemeente Noordwijk die als zodanig in het Organisatiebesluit van de gemeente is aangewezen.Â
b. administratieÂ
het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Noordwijk en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.Â
c. clusterÂ
een onderdeel van een (begrotings- of rekening)programma, bestaande uit een (samenstel van een aantal samenhangende) product(en) van de productenbegroting / -rekening.Â
d. autorisatieniveauÂ
het niveau waarop de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders machtigt om voor een bepaald jaar verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen voor een bepaald doel.Â
Â
Hoofdstuk 2.    Begroting en verantwoording
Â
Artikel 2.    Planning- & controlcyclus
Voor de aanvang van een begrotingsjaar biedt het college van burgemeester en wethouders de raad ter kennisname een planning aan met daarin de data voor de aanbieding / vaststelling van de kadernota, de tussentijdse rapportages, de begroting met investeringsplan en meerjarenbegroting, en de jaarstukken. Â
Â
Â
Artikel 3.    Kaders begroting
1.    De gemeenteraad stelt, volgens de planning bedoeld in artikel 2, een document vast     waarin de beleidskaders voor de volgende begrotingsjaren binnen de lopende     raadsperiode zijn beschreven: de Kadernota. Daarbij wordt door het college van     burgemeester en wethouders een prognose gevoegd van de baten en lasten,     samenhangende met deze kaders.
2.    Waar meerjarige onderhoudsplannen door de raad zijn vastgesteld, worden die als     basis gehanteerd voor de ramingen van onderhoudsbudgetten in de     ontwerpbegroting.
Â
Artikel 4.    Programma-indeling
1.    De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode de programma-indeling van     de begroting en de jaarstukken vast.
2.    De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode –op basis van de door het     college van burgemeester en wethouders aan de programma’s toegewezen     producten– de onderverdeling van de programma’s in clusters vast.
3.    De raad stelt –op voorstel van het college van burgemeester en wethouders– per     programma relevante indicatoren vast voor het meten van de gemeentelijke productie     van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk     beleid, en voor het afleggen van verantwoording daarover.
Â
Artikel 5.    Inrichting begroting en jaarstukken
1.    Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de geraamde lasten en baten     per cluster weergegeven. Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s     de gerealiseerde lasten en baten per cluster weergegeven.
2.    Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt een overzicht van     nieuw voorgenomen investeringen voor een periode van vier jaren weergegeven: het     Investeringsplan.
3.    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde     kredieten weergegeven.
Â
Artikel 6.    Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen
1.    De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten van     binnen de programma’s benoemde clusters.
2.    Bij de begrotingsbehandeling biedt het college van burgemeester en wethouders de     raad tevens het investeringsplan voor de komende vier begrotingsjaren aan, met het     voorstel om met dit plan in te stemmen. Voor elk voornemen wordt op een later tijdstip     een afzonderlijk voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet aan de raad     aangeboden.
3.    Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college van     burgemeester en wethouders voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde     budgetten en investeringskredieten en zonodig voor bijstelling van het beleid.
4.    Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn     opgenomen legt het college van burgemeester en wethouders vooraf aan het     aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het     vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Â
Artikel 7.    Tussentijdse rapportages
1.    Op de tijdstippen als bedoeld in de planning in artikel 2 informeert het college van     burgemeester en wethouders de raad door middel van tussentijdse rapportages     (genoemd de Voorjaarsnota en de Najaarsnota) over de realisatie van de begroting in     de voorliggende maanden van  het lopende boekjaar.
2.    De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en (zonodig) de     bijstelling van het beleid en (zonodig) een overzicht met de bijgestelde ramingen van:
    a.    de baten en lasten per cluster binnen elk programma
    b.    de algemene dekkingsmiddelen
    c.    het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a. en b.
    d.    de (voorgenomen) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per             programma
    e.    het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c. en d.
        alsmede de realisatie en de raming van de uitputting van de                 investeringskredieten.
3.    In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen     van de baten en lasten van clusters binnen elk programma en van     investeringskredieten toegelicht. Daarbij zijn de bepalingen in de     budgethoudersregeling van toepassing.
4.    In de Voorjaarsnota worden –ter vaststelling door de gemeenteraad– de     uitgangspunten voor het opstellen van de ontwerp(meerjaren-)begroting voor de     volgende jaren beschreven.
5.    Indien nodig biedt het college van burgemeester en wethouders in december van elk     kalenderjaar de raad een nota aan (genoemd de decembernota), waarin wordt     voorgesteld om voor de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van baten en     lasten een begrotingswijziging vast te stellen.
Â
Â
Artikel 8.    Informatieplicht
Het college van burgemeester en wethouders informeert de raad vooraf over een voornemen om nieuwe meerjarige verplichtingen aan te gaan waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 25.000Â
Â
Hoofdstuk 3.    Financieel beleid
Â
Artikel 9.    Waardering & afschrijving vaste activa
1.    Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden     niet geactiveerd, en direct ten laste van de exploitatie gebracht.
2.    Activa met economisch nut en een nader –door het college van burgemeester en     wethouders– te bepalen verkrijgingsprijs worden niet geactiveerd, uitgezonderd     gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd; er wordt niet     op afgeschreven.
3.    Het college van burgemeester en wethouders stelt in een afzonderlijke nota regels     vast voor te hanteren afschrijvingspercentages voor materiële vaste activa met     economisch nut.
4.    Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden,     onder aftrek van bijdragen van derden, ten laste van de exploitatie gebracht. Indien     hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over     de verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad te bepalen     tijdsduur.
Â
Artikel 10.    Voorziening voor oninbare vorderingen
1.    Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, rechten en heffingen wordt     een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historisch     percentage van oninbaarheid.
2.    Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op     basis van een beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen, ouder     dan 3 maanden.
Â
Artikel 11.    Reserves en voorzieningen
1.    Jaarlijks, gelijktijdig met de in artikel 3 genoemde Kadernota, biedt het college van     burgemeester en wethouders de raad een (bijgestelde) nota reserves en     voorzieningen aan. Met het vaststellen van de nota bepaalt de raad de kaders voor de     vorming van reserves en voorzieningen. De nota behandelt:
    a.    de vorming en besteding van reserves
    b.    de vorming en besteding van voorzieningen
    c.    de toerekening en verwerking van rente over de reserves en voorzieningen
2.    Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een     investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
    a.    het specifieke doel van de reserve
    b.    de voeding van de reserve
    c.    de maximale hoogte van de reserve
    d.    de maximale looptijd van de investering / de reserve
3.    Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de     aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, doet het college     van burgemeester en wetyhouders een voorstel aan de raad om de     bestemmingsreserve vrij te laten vallen en aan de algemene reserve toe te voegen.
Â
Artikel 12.    Kostprijsberekening
1.    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van werken, leveringen en diensten en     bij de bepaling van tarieven voor rechten wordt een systeem van kostentoerekening     gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die     indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente     verleende diensten.
2.    Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van     voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de     kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten     en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.
3.    De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald op het bij de     begroting vastgestelde rentepercentage.
Â
Artikel 13.    Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1.    Het college van burgemeester en wethouders doet de raad jaarlijks een voorstel voor     de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten, heffingen en     leges.
2.    Het college van burgemeester en wethouders biedt de raad eens in de 4 jaar ter     vaststelling een nota aan met betrekking tot de kaders voor de prijzen voor de verhuur     en verkoop van onroerende goederen en voor de prijzen van overige gemeentelijke     diensten, leveringen en werken.
3.    De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen c.q. het wijzigen van bestaande     prijzen worden ter kennisname aan de raad aangeboden.
Â
Artikel 14.    Financieringsfunctie
1.    Het college van burgemeester en wethouders draagt bij de uitoefening van de     financieringsfunctie zorg voor:
    a.    het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van         overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders     van de begroting te kunnen uitvoeren
    b.    het beheersen van de aan de financieringsfunctie verbonden rente-, koers- en     kredietrisico’s
    c.    het zoveel mogelijk beperken van de kosten van geldleningen en het bereiken     van voldoende rendement op uitzettingen
    d.    het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het     beheren van de geldstromen en financiële posities
2.    Het college van burgemeester en wethouders stelt regels op ter uitvoering van de     financieringsfunctie en legt deze regels vast in een treasurystatuut. Het college van     burgemeester en wethouders zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.
Â
Hoofdstuk 4.    Financieel beheer en Interne controle
Â
Artikel 15.    Administratie
    De administratie is zodanig van opzet en werking dat zij dienstbaar is voor:
    a.    het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de gemeentelijke     organisatie als geheel en in de afdelingen;
    b.    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van     activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen,     schulden, contracten, e.d.;
    c.    het verschaffen van informatie over uitputting van toegekende budgetten en     investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
    d.    het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de     gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten     van het gemeentelijk beleid;
    e.    het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en     de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen,     de begroting en relevante wet- en regelgeving;
f.    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende     informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de     doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de     begroting en relevante wet- en regelgeving.
Â
Artikel 16.    Interne controle
Het college van burgemeester en wethouders zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college van burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel.Â
Â
Artikel 17.    Misbruik en oneigenlijk gebruik
Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, en legt deze regels vast.Â
Â
Hoofdstuk 5.    Financiële organisatie
Â
Artikel 18.    Financiële organisatie
Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor:Â
a.    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige     toewijzing van gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en     verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de     betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is     gewaarborgd;
c.    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten     laste van toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.    de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de     bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e.    de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor     beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang     van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan     producten van de productenraming en de productenrealisatie.
    en legt dit vast.
Â
Artikel 19.    Inkoop en aanbesteding
Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor interne regels voor de inkoop en voor de aanbesteding van werken, leveringen en diensten, en legt deze regels vast.Â
Â
Artikel 20.    Subsidieverstrekking en steunverlening
Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor interne regels voor de toekenning van subsidies en de steunverlening aan ondernemingen en instellingen, en legt deze regels vast.Â
Â
Hoofdstuk 6.    Slotbepalingen
Â
Artikel 21.    Intrekken oude verordening
De “Financiële verordening 2004 gemeente Noordwijkâ€?, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 2003, wordt ingetrokken.Â
Â
Artikel 22.    Inwerkingtreding
1.    Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar 2008.
2.    De stukken voor dit begrotingsjaar en latere jaren, voor zover ze zijn opgemaakt en     vastgesteld vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht te     voldoen aan de bepalingen van deze verordening.
Â
Artikel 23.    Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening 2008 gemeente Noordwijkâ€?.Â
Â
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 oktober 2008.Â
Â
Â
, voorzitter.                    , griffier.
Â