Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u de complete tekst van de verordeningen en beleidsregels van de gemeente Noordwijk. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking vindt plaats op overheid.nl

  

Afvalstoffenverordening

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Noordwijk
Officiële naam regeling Afvalstoffenverordening gemeente Noordwijk 2010
Citeertitel Afvalstoffenverordening gemeente Noordwijk 2010
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp algemeen
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 31-03-2011
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 29-09-2010
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Zeekant, 30-03-2011
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet milieubeheer, art. 10.23, lid 1

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
31-03-2011 nieuwe regeling 29-09-2010
De Zeekant, 30-03-2011
Onbekend.
23-11-2005 nieuwe regeling 21-09-2005
De Zeekant, 12-10-2005
Onbekend.

Inhoudsopgave

Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 29 september 2010  (De Zeekant van 30 maart 2011)

 

 

De raad van de gemeente Noordwijk;

 

gelezen het voorstel van het college van 06 juli 2010;

 

gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en artikel 10.23 lid 1 van de Wet Milieubeheer;

 

gezien het advies van de Commissie VBO & AOR van 07 september 2010;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de navolgende verordening:

 

Afvalstoffenverordening Noordwijk 2010

 

 

Hoofdstuk 1.     ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1        Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:

  1. a.wet: Wet milieubeheer;

  2. b.inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;

  3. c.ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;

  4. d.inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden;

  5. e.inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen be¬stemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer ten behoeve van meerdere huishoudens;

  6. f.inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

  7. g.andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;

  8. h.gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;

  9. i.straatafval: afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;

  10. j.wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

  11. k.motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994.

  12. l.Hoog- en stapelbouw: gebouw bestaande uit meerdere woonlagen bestemd voor bewoning door diverse huishoudens, bijvoorbeeld galerijflats en portiekwoningen.

  13. m.Brengdepot: gezamenlijke milieustraat op regionaal niveau waar inwoners van de deelnemende gemeenten meerdere categorieën, door burgemeester en wethouders aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen kunnen brengen.

 

 

Hoofdstuk 2.     INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN

 

Artikel 2        Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars

  1. 1.Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  2. 2.Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

  3. 3.Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu.

 

Artikel 3        Afzonderlijke inzameling

  1. 1.Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:

    1. a.groente-, fruit- en tuinafval;

    2. b.klein chemisch afval;

    3. c.glas;

    4. d.oud papier en karton;

    5. e.kunststof verpakkingen;

    6. f.textiel;

    7. g.elektrische en elektronische apparatuur;

    8. h.bouw- en sloopafval;

    9. i.b- en c-hout;

    10. j.grof tuinafval;

    11. k.grof huishoudelijk afval;

    12. l.huishoudelijk restafval;

    13. m.metalen;

    14. n.autobanden zonder velg;

    15. o.vlakglas

    16. p.luier- en incontinentiemateriaal

    17. q.kadavers

    18. r.gasflessen

    19. s.asbest en asbesthoudend afval;

  2. 2.Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 4        Inzamelmiddelen, -voorzieningen en brengdepot

  1. 1.De inzameling kan plaatsvinden via:

    1. a.een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

    2. b.een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen;

    3. c.een inzamelvoorziening op wijkniveau;

    4. d.een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.

  2. 2.Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening of brengdepot de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

 

Artikel 5        Frequentie van inzamelen

  1. 1.Huishoudelijk restafval wordt ten minste eenmaal in de 2 weken bij elk perceel ingezameld.

  2. 2.In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval bij hoog- en stapelbouw minimaal eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld.

  3. 3.(Blanco)

  4. 4.(Blanco)

  5. 5.Groente-, fruit- en tuinafval wordt  tenminste eenmaal per 2 weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.

  6. 6.(Blanco)

  7. 7.(Blanco)

  8. 8.In afwijking van het vijfde lid wordt groente-, fruit- en tuinafval bij hoog- en stapelbouw niet afzonderlijk bij of nabij elk perceel ingezameld.

  9. 9.Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.

 

Artikel 6        Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing

  1. 1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

  2. 2.Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars.

  3. 3.Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

 

 

Hoofdstuk 3.     TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN

 

Artikel 7        Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 8        Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen

Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.

 

Artikel 9        Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

  1. 1.Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden.

  2. 2.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars.

  3. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij nadere regels aan te wijzen categorieën van personen.

  4. 4.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 10        Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

  1. 1.Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid een inzamelmiddel, inzamelvoorziening of brengdepot is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.

  2. 2.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel, inzamelvoorziening of brengdepot aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd.

  3. 3.Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.

  4. 4.4.Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.

  5. 5.Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  6. 6.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan  krachtens dit artikel is bepaald.

 

Artikel 11        Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

  1. 1.Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  2. 2.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.

 

Artikel 12        Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

 

 

Hoofdstuk 4.     INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN

 

Artikel 13        Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld.

 

Artikel 14        Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

  1. 1.Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst.

  2. 2.Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 13 aangewezen categorieën bedrijfsafvalstoffen, voor zover degene die gebruik maakt van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane belastingplicht op grond van de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing.

  3. 3.Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  4. 4.Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.

 

Artikel 15        Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst

  1. 1.Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.

  2. 2.Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.

 

Hoofdstuk 5.     ZWERFAFVAL

 

Artikel 16        Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

  1. 1.Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

  2. 2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. 3.Het verbod is niet van toepassing op:

    1. a.het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;

    2. b.het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval;

    3. c.voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.

  4. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.

 

 

Artikel 17        Achterlaten van straatafval

  1. 1.Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten anders dan in de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

  2. 2.Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

 

Artikel 18        Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen

  1. 1.Voor anderen dan de inzameldienst en andere inzamelaars is het verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.

  2. 2.Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.

  3. 3.het onder lid 1gestelde verbod geldt niet voor de in artikel 25 genoemde toezichthouders.

 

Artikel 19        Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren

De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

  1. a.een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;

  2. b.zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;

  3. c.zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

 

Artikel 20        Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal

Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.

 

Artikel 21        Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden

  1. 1.Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.

  2. 2.Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen:

    1. a.direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

    2. b.direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

    3. c.indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.

 

Hoofdstuk 6.     OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN

 

Artikel 22        Verbod opslag van afvalstoffen

  1. 1.Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.

  2. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. 3.Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 23        Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden

Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.

 

Hoofdstuk 7.     SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 24        Strafbepaling

Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten:

 

Artikel          Onderwerp

Artikel 6     Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing

Artikel 7     Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen

Artikel 8     Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door

anderen dan de gebruikers van percelen

Artikel 9     Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

Artikel 10     Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 11     Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

Artikel 14     Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

Artikel 15     Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de

inzameldienst

Artikel 16     Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Artikel 17     Achterlaten van straatafval

Artikel 18     Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen

Artikel 19     Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren

Artikel 20     Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal

Artikel 21     Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden

Artikel 22     Verbod opslag van afvalstoffen

Artikel 23     Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden

 

Artikel 25        Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet aangewezen ambtenaren.

 

Artikel 26        Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de ‘Afvalstoffenverordening van de gemeente Noordwijk’ ingetrokken.

 

Artikel 27        Overgangsbepaling

  1. 1.Vergunningen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven – indien en voor zover het gebod of het verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend  is verstreken of totdat zij worden ingetrokken en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening.

  2. 2.Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven  – indien en voor zover het gebod of het verbod waarop de ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend  is verstreken of totdat zij worden ingetrokken en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening.

  3. 3.Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

  4. 4.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.

  5. 5.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening.

  6. 6.Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste en het tweede lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het derde lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid.

  7. 7.(Blanco).

 

 

Artikel 28        Citeerbepaling

Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Noordwijk 2010.

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Noordwijk op 29 september 2010.

 

 

De griffier,                              De burgemeester,

Bijlage A uitvoeringsbesluit

Bijlage A uitvoeringsbesluit (PDF)
Omschrijving:

Publicatie De Zeekant Afvalstoffenverordening Noordwijk 2010 en Uitvoeringsbesluit 2011

Publicatie De Zeekant Afvalstoffenverordening Noordwijk 2010 en Uitvoeringsbesluit 2011 (PDF)
Omschrijving:

Uitvoeringsbesluit 2011

Uitvoeringsbesluit 2011 (PDF)
Omschrijving:

Raadsbesluit vaststellen Afvalstoffenverordening

Raadsbesluit vaststellen Afvalstoffenverordening (PDF)
Omschrijving: